Het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag heeft vastgesteld dat het Britse besluit om EU-schepen te weren uit Engelse wateren voor de zandspieringvisserij niet proportioneel is en daarmee de afspraken uit het handelsakkoord na de Brexit schendt. Het zelfde verbod in Schotse wateren werd echter wel als rechtmatig beoordeeld.
Zandspiering, een klein visje, is een essentiële voedselbron voor zeevogels zoals papegaaiduikers en drieteenmeeuwen. Groot-Brittannie voerde het verbod in maart 2024 in om deze vogels en het ecosysteem te beschermen. De EU betwistte het verbod, met name vanwege de impact op Deense vissers die traditioneel op zandspiering vissen voor de productie van diervoeder en olieproductie.
Het hof oordeelde dat het Britse verbod in Engelse wateren niet voldoende rekening hield met de rechten van EU-vissers tijdens de overgangsperiode na de Brexit. Beide partijen interpreteren de uitspraak als een gedeeltelijke overwinning. Londen zegt dat er geen verplichting is om het verbod direct op te heffen. Brussel ziet de uitspraak als bevestiging dat het VK zijn verplichtingen niet volledig is nagekomen.
De Commissie wacht op formele stappen van het VK om aan de uitspraak te voldoen. Het verbod op zandspieringvisserij blijft voorlopig van kracht en zal naar verwachting volgend jaar juni volledig worden geïmplementeerd.
De kwestie zal mogelijk opnieuw worden besproken tijdens de Brits-Europese handelsraad op 19 mei, waar beide partijen streven naar een hernieuwde samenwerking.

