Sinds het begin van de oorlog verleende Brussel tijdelijke handelsvoordelen aan Oekraïne. Die maakten het mogelijk dat Oekraïense producten, vooral landbouwgoederen, zonder tarieven of quota naar de EU konden worden uitgevoerd. Inmiddels zijn deze voordelen tweemaal aangepast, mede na protesten van Europese boeren en politici in grensregio’s. De onderhandelingen over een nieuw akkoord verlopen nu moeizaam.
De Europese Commissie stelde vorige maand voor om het vrije handelsverkeer deels voort te zetten, maar dan met nieuwe beperkingen op gevoelige producten zoals suiker, gevogelte en granen. Het Europees Parlement bespreekt dit voorstel momenteel, maar heeft nog geen definitieve positie ingenomen. Verscheidene EU-landen vrezen dat hun eigen boeren benadeeld worden door goedkope Oekraïense import.
Tegelijkertijd groeit de druk vanuit de landbouwsector. Uit nieuwe cijfers blijkt dat Oekraïne in 2024 is uitgegroeid tot de derde grootste exporteur van landbouwproducten naar de EU. Europees Landbouwcommissaris Hansen pleit dan ook voor een versobering van de huidige vrijstellingen. Hij stelt dat het niet eerlijk is tegenover Europese boeren om deze situatie te blijven voortzetten.
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky vraagt juist om méér Europese steun. Hij benadrukte deze week dat investeringen in Oekraïense infrastructuur en landbouw niet alleen zijn land helpen, maar ook bijdragen aan de voedselzekerheid in Europa. Volgens Zelensky is nauwere economische samenwerking essentieel voor de wederopbouw van Oekraïne.
Ook vanuit het Oekraïense parlement komt kritiek op de EU-plannen. Volksvertegenwoordigers spreken van een 'politiek signaal' dat de Europese betrokkenheid bij Oekraïne verzwakt. Volgens hen is voortzetting van handelsvoordelen een belangrijke morele en economische steun in oorlogstijd, en getuigt beperking daarvan van terughoudendheid.
Intussen nadert de deadline. De huidige tijdelijke regels vervallen op 5 juni en mogen volgens EU-regels niet opnieuw verlengd worden. Daardoor moeten beide partijen binnen zes weken een nieuw akkoord sluiten. Lukt dat niet, dan vallen de handelsrelaties terug op het regime van vóór de oorlog, met veel hogere invoertarieven en striktere regels.
Deze tijdsdruk is extra gevoelig omdat handel een belangrijk element vormt in het bredere toetredingsproces van Oekraïne tot de Europese Unie. Zowel in Brussel als in Kyiv wordt benadrukt dat economische integratie noodzakelijk is om het EU-lidmaatschap van Oekraïne mogelijk te maken. Het mislukken van een handelsakkoord zou dan ook bredere politieke gevolgen kunnen hebben.

