EU geeft Britten opnieuw Brexit-uitstel: maximaal drie maanden

Plenary session - European Council and Commission statements - Conclusions of the European Council meeting of 17 and 18 October 2019

De Europese Unie geeft het Verenigd Koninkrijk zoals verwacht maximaal drie maanden uitstel voor de Brexit. Dat liet EU-president Donald Tusk weten. De Britten kunnen overigens ook eerder dan 31 januari vertrekken wanneer het scheidingsakkoord eerder door het Lagerhuis is goedgekeurd.


De EU-ambassadeurs van de 27 overige lidstaten stemden maandagochtend in met het door de Britse premier Johnson gevraagde uitstel van drie maanden. Een harde Brexit zonder akkoord op 31 oktober is daarmee definitief voorkomen.


De Franse regering gaf eerder de voorkeur aan een korter uitstel, maar stemde toch in met drie maanden. De EU stelt wel als harde eis dat het akkoord over de vertrekvoorwaarden, dat het deze maand met Johnson sloot, niet wordt opengebroken.
Hoewel de Franse regering bezwaar maakte tegen drie maanden uitstel, is het huidige ‘maar het mag ook eerder’ kennelijk voor Parijs voldoende. Mocht het Britse parlement het alsnog eens worden over een vertrekregeling, dan kan de brexit op de eerste dag van de volgende maand een feit zijn, bijvoorbeeld op 1 december.


De EU lijkt ervan uit te gaan dat een no-dealbrexit op 31 oktober van tafel is. Het Brussels besluit biedt de Britse premier Boris Johnson hoop om nog dit jaar nieuwe verkiezingen te kunnen houden, mits hij daartoe de steun van een deel van de oppositie krijgt.


Later vandaag wil premier Johnson opnieuw zijn voorstel indienen om vervroegde parlementsverkiezingen te houden. De oppositie in het Lagerhuis wil daar alleen aan meewerken aan een schadelijke no-deal Brexit definitief is uitgesloten, en als het Lagerhuis heeft ingestemd met alle bijbehorende Britse wetten.


Die ‘bijbehorende wetten’ kunnen nog voor grote problemen gaan zorgen, omdat bijvoorbeeld nog niet duidelijk is wat voor soort handelsverdrag er tussen Groot-Brittannië en de EU moet komen. Die onderhandelingen kon wel eens drie jaar in beslag gaan nemen. Vooral de Labour-oppositie vindt dat een deel van de Britse economie en handel wél op enigerlei wijze verbonden moet blijven met de EU.


Bovendien hebben twee oppositiepartijen, de LibDems en de Schotse nationalisten, een eigen voorstel voor vervroegde verkiezingen ingediend. Daarmee wordt de regie over die verkiezingen in handen genomen door het parlement, en niet langer door de Conservatieve regering. Dat voorstel kan alleen een meerderheid halen als enkele tientallen dissidente Labourpolitici het voorstel steunen. Binnen Labour heerst, net als binnen de regerende Conservatieve Partij, onder politici grote verdeeldheid over het wel of niet opzeggen van het EU-lidmaatschap.


In theorie is het ook nog mogelijk dat die twee partijen met de Conservatieve Partij tot een gezamenlijk compromis komen, maar gezien de huidige politieke meningsverschillen en vijandige houding tussen de Britse partijen lijkt dat uitgesloten.
Recente opiniepeilingen laten zien dat de eventuele schade voor de Conservatieve Partij veel kleiner is, omdat premier Johnson ‘toch iets voor elkaar heeft gekregen’. Labour daarentegen leidt groot stembusverlies, omdat veel tegenstanders van Brexit zullen uitwijken naar de LibDems of Schotse nationalisten of De Groenen die verkiezingscampagne kunnen gaan voeren om ín de EU te blijven.