De regels binnen de EU verbieden het gebruik van bepaalde pesticiden die als schadelijk worden beschouwd. Tegelijkertijd staat de Europese wetgeving toe dat deze stoffen wel worden geproduceerd en uitgevoerd naar landen buiten de Unie. Hierdoor komen middelen die in Europa verboden zijn, terecht op akkers in Latijns-Amerika, Afrika en Aziƫ.
Uit officiƫle documenten blijkt dat EU-landen in 2024 bijna 122.000 ton van dergelijke verboden pesticiden hebben goedgekeurd voor export. Dat is een sterke toename ten opzichte van eerdere jaren. Bedrijven moeten daarvoor speciale exportmeldingen indienen, maar de uiteindelijke controle op de omvang van de handel blijft beperkt.
De toename hangt samen met het feit dat de EU de laatste jaren meer stoffen op de verboden lijst heeft gezet. Terwijl het gebruik in eigen landbouw onmogelijk werd, bleven de fabrieken dezelfde producten produceren voor de buitenlandse markt. Hierdoor is de uitvoer mechanisch meegegroeid met de lijst van verboden middelen.
Milieuorganisaties hebben al jaren felle kritiek op deze praktijk. Zij spreken van een dubbele moraal: gevaarlijke chemicaliƫn worden verboden voor Europese consumenten, maar zonder bezwaar geƫxporteerd naar landen met vaak zwakkere regels en lagere beschermingsnormen voor boeren en bewoners.
De Europese Commissie erkende in eerdere beleidsstukken dat deze situatie wringt met de ambitie voor een gifvrije omgeving. Er werd meermaals beloofd dat Brussel met een voorstel voor een exportverbod zou komen. Tot op heden is zoān voorstel echter niet ingediend.
Volgens de organisaties speelt de machtige agrochemische lobby een rol in het uitstellen van maatregelen. Verscheidene EU-landen hebben daarnaast zelf geen haast gemaakt met strengere regels, waardoor bedrijven nog steeds ruimte hebben om de productie en uitvoer voort te zetten.

