Een wederopbouwfonds, opgezet door de EU, voor de wederopbouw na de coronacrisis, moet zo’n 1.500 miljard euro gaan bevatten. Brussel zou dit bedrag uit de financiële markten willen halen met de uitgifte van gezamenlijke leningen van de EU-landen.
In een ingelast video-debat met Von der Leyen en EU-president Charles Michel riepen Europarlementariërs op tot meer gecoördineerde EU-actie om de burgers te beschermen en de economie te ondersteunen. Ze waren het er ook over eens dat de EU in deze crisis voortvarender en sneller had kunnen optreden, maar wezen er ook op dat de solidariteit binnen de EU nu lijkt te herstellen.
Von der Leyen wees erop dat de economische vooruitzichten van de EU-landen er aanmerkelijk slechter uitzien dan amper een paar weken geleden. Daar waar Brussel vorige maand nog nadacht over een herstelpakket van enkele tientallen miljarden, is nu al 1500 miljard euro nodig. Het gaat niet langer alleen om medische hulp en gezondheidskosten aan enkele EU-landen, maar ook om herstel van ingestorte economiën van meerdere EU-landen. Het geld dat daarvoor nodig is, zullen de EU-landen tezamen moeten opbrengen.
Von der Leyen zei dat de Europese Commissie eind deze maand met voorstellen komt voor een herziening van de meerjarenbegroting 2021-2027. Zij sprak daarbij over de noodzaak van een nieuw Marshall-plan, onder verwijzing naar het programma dat heeft bijgedragen aan de wederopbouw van de economieën van de Europese landen na de Tweede Wereldoorlog.
Zo’n ingrijpende financieringsconstructie lijkt veel op de eurobonds waar eerder Nederland en Duitsland tegen te hoop liepen. Maar na de nieuwe voorspellingen van het IMF over een dreigende economische krimp van 7,5 procent tot tien procent, wordt steeds duidelijker dat de EU de tot nu toe opgestelde begrotingen moet uitgummen en opnieuw moet becijferen. Daarom wordt gekeken welke initiatieven de prioriteit hebben en welke minder essentieel zijn en daardoor kunnen worden uitgesteld.
Vanuit Brussel benadrukken ze dat een algehele herziening van de EU-plannen onderdeel moet worden van een nieuwe Europese begroting. En als er inderdaad een economische recessie aankomt die gróter dreigt te worden dan die van de jaren dertig in de vorige eeuw, dan zal er de komende jaren méér nieuw geld naar de EU-begrotingen moeten en zal er meer op bestaande posten moeten worden bezuinigd.
En Von der Leyen heeft haast, want eigenlijk was het eerste jaar (2019) van deze zittingsperiode al een verloren jaar, en ging het tweede jaar (2020) vrijwel verloren door onenigheid over hogere bijdragen of bezuinigingen. Als gevolg van herziening van alle EU-plannen zal ook de presentatie van het nieuwe Europese Klimaatplan Green Deal en de aangekondigde herziening van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) tot het najaar moeten worden uitgesteld.
Maar de ecologische en digitale transitie die Von der Leyen en Commissaris Frans Timmermans beogen, behouden hun prioriteit en moeten doorgaan zoals gepland, zo bezweert Von der Leyen. Daarin staat met name de Green Deal centraal: die plannen blijven daarom hoog op de lijst van de Commissie staan, en staan daarmee volgens Von der Leyen níet ter discussie.
Als gevolg van zo veel onzekerheid dreigt het roulerende EU-voorzitterschap van Duitsland (tweede halfjaar 2020) vooral een kwestie van onzekerheden, improviseren en vallen-en-opstaan te worden. Een eerste Duits werkdocument over het Berlijnse voorzitterschap (‘Het Europese afscheid van Angela Merkel’) bevat naar verluidt nog veel blanco pagina’s.

