De Europese Commissie presenteerde deze week haar jaarlijkse klimaat-voortgangsrapport met een gematigd optimistische toon. Uit het rapport blijkt dat de uitstoot van broeikasgassen in de EU in 2022 al met 32,5 procent is gedaald. Dat betekent dat er nog een reductie van ruim 20 procent nodig is in de resterende jaren tot 2030.
De cijfers van EU-Klimaatcommissaris Wopke Hoekstra zijn gebaseerd op voorlopige data tot en met 2022. In dat jaar daalde de uitstoot van de EU met 2 procent ten opzichte van 2021, ondanks de heropening van kolencentrales in enkele EU-landen. Deze daling is mede het gevolg van hogere energieprijzen en energiebesparende maatregelen na de Russische inval in Oekraïne.
Volgens de Commissie moet de EU haar inspanningen wel opvoeren om de doelen daadwerkelijk te halen. Hoewel de trend positief is, zijn er zorgen over het tempo waarin aanvullende maatregelen worden doorgevoerd. Het Europees klimaatbeleid vereist onder meer strengere regels voor industrie, transport en landbouw, sectoren waar de uitstoot minder snel daalt.
De voortgang verschilt sterk per land. Sommige landen liggen ver voor op schema, terwijl andere achterblijven. De Commissie noemt hierbij geen specifieke landen, maar benadrukt dat nationale regeringen verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van afgesproken maatregelen binnen het Europese kader.
Het Europese emissiehandelssysteem (ETS) speelt een belangrijke rol bij het verminderen van industriële uitstoot. De uitbreiding van het ETS naar andere sectoren, zoals gebouwen en vervoer, moet helpen om de totale reductie te behalen. Deze uitbreiding is onderdeel van het bredere ‘Fit for 55’-pakket van de EU.
Naast reductie van uitstoot is ook het aandeel hernieuwbare energie in opmars. In 2022 kwam ongeveer 23 procent van het Europese energieverbruik uit hernieuwbare bronnen. De EU mikt op minstens 42,5 procent in 2030. Hoewel dit nog een forse stijging vergt, wordt de groei in zon- en windenergie als bemoedigend gezien.

