Het Europarlement heeft donderdag ingestemd met nieuwe wetgeving die ervoor zorgt dat kinderen overal dezelfde rechten genieten in onderwijs, gezondheidszorg of bij voogdij of erfopvolging. De EU-landen mogen straks nog wel zelf beslissen aan wie ze het ouderschap verlenen. Zo mogen ze zelf bepalen of ze draagmoederschap erkennen, maar mogen ze geen vormen van ouderschap uit andere EU-landen weigeren of tegenwerken.
Alleen als een land vindt dat een vorm van ouderschap niet verenigbaar is met het nationale ‘openbare beleid’, is een strikt gedefinieerde uitzondering mogelijk. Dan zal vooraf wel getoetst moeten worden of er geen sprake is van verkapte discriminatie van kinderen van homoparen of uit ‘regenbooggezinnen’.
De vrijheid van verkeer is een van de vier pijlers van de Europese Unie, maar dit recht wordt regenboogfamilies ontnomen. Het Europese Hof heeft al meerdere malen bepaald dat er sprake is van discriminatie en dat EU-landen kinderen niet langer van hun ouders mogen worden gescheiden. Naar aanleiding daarvan kwam de Europese Commissie met een wetsvoorstel voor het erkennen van regenboogfamilies.
Momenteel lopen ongeveer twee miljoen kinderen in de EU het risico dat hun ouders niet als zodanig in een andere lidstaat worden geautoriseerd. Het nationale recht gaat bij ouderschapserkenning vaak nog voor het Europese recht. Al in 2017 riep het Parlement op tot het aanvaarden van grensoverschrijdende adopties binnen de EU.
Volgens CDA-Europarlementariër Toine Manders gaan mensenrechten altijd voor. ‘Iedereen kan en mag zijn partner kiezen, maar kinderen kunnen hun ouders niet kiezen. Daarom is het belangrijk dat de EU opkomt voor de rechten van het kind’, aldus Manders.
‘Soms, als de rechten van het kind niet worden erkend doordat het ouderschap niet wordt aanvaard, dan moeten die ouders naar de rechter, naar het Europees Hof. En altijd krijgen zij daar gelijk. Alleen het is erg kostbaar en het neemt enorm veel tijd in beslag. Het is daarom goed dat wij nu die wederzijdse erkenning in heel Europa gaan doorvoeren.’ Ook Kim van Sparrentak, GroenLinks-Europarlementariër en voorzitter van de LHBTI-intergroup in het Europees Parlement, is tevreden met dit goede nieuws voor regenboogfamilies.
Europarlementariër Anja Haga (ChristenUnie) noemde het onwenselijk dat de Europese Unie voorschrijft hoe er in de EU-landen over gezinssamenstellingen gedacht moet worden. Zij vindt het daarom terecht dat het familierecht op nationaal niveau wordt geregeld. ‘Alhoewel de Europese Commissie benadrukt dat familierecht een zaak van de lidstaten blijft, voorzie ik dat we via invoering van een Europees Ouderschapscertificaat toch de deur openzetten richting afgedwongen acceptatie van zaken als draagmoederschap of meerouderschap.
Bert-Jan Ruissen (SGP) betoogde: “We maken ons grote zorgen over deze verordening. Dit leidt er onder andere toe dat de kwalijke praktijk van draagmoederschap straks in alle lidstaten erkend moet worden’ . Na deze raadpleging door het Europees Parlement zullen alle EU-regeringen nu – met unanimiteit – besluiten over de definitieve versie van de nieuwe regels. De kans bestaat dat conservatieve regeringen zoals die in Hongarije dat kunnen blokkeren.

