In Berlijn leidde afgelopen week een vermoedelijke brandstichting bij het elektriciteitsnet tot een langdurige stroomuitval. Tienduizenden huishoudens zaten dagenlang zonder elektriciteit tijdens koud weer. De autoriteiten hopen met de beloning doorslaggevende tips te krijgen.
Ook in andere Europese landen zijn brandstichtingen en eerdere pogingen onderzocht. In Tsjechië, Litouwen, Polen en Roemenië ontdekten autoriteiten verbanden tussen de verschillende incidenten, gericht op commerciële gebouwen, transportmiddelen en fabrieken.
De aanslagen zijn mogelijk uitgevoerd op instigatie van een buitenlandse mogendheid, waarschijnlijk de Russische geheime dienst. Uit gezamenlijk Eurojust-onderzoeken bleek dat dezelfde groep achter meerdere acties zat. De verdachten gebruikten vergelijkbare methoden en waren verbonden aan dezelfde organisatoren.
Sinds het uitbreken van de Russische oorlog in Oekraïne, hebben zich een groot aantal verdachte en verontrustende activiteiten voorgedaan in EU-landen die Oekraïne militair en financieel ondersteunen.
In Frankrijk en Nederland werden onder meer elektriciteitskabels van de spoorwegen doorgeknipt en in brand gestoken. In Polen werd een groot winkelcentrum in brand gestoken. Volgens onderzoekers waren de acties bedoeld om de bevolking te intimideren en ontwrichting te veroorzaken.
In Litouwen waren fabrieken doelwit die materialen produceren voor de Oekraïense strijdkrachten. Verdachten verkenden locaties vooraf en hadden materialen bij zich om brand te stichten. Niet alle pogingen leidden tot schade, maar ze vertoonden wel hetzelfde patroon.
In Tsjechië werden door de verdachten bussen in brand gestoken en locaties verkend voor vervolgaanslagen. In Polen en Roemenië richtten verdachten zich op depots en infrastructuur. In Roemenië en Tsjechië zijn al personen veroordeeld. In Litouwen zal later dit jaar een rechtszaak starten tegen zes verdachten.

