Europese overheden krijgen meer mogelijkheden om aanbiedingen uit niet-EU-landen te weren of minder gunstig te behandelen. Daarbij kan worden meegewogen of Europese ondernemingen in het desbetreffende land vergelijkbare toegang krijgen tot openbare aanbestedingen. Daarmee wordt wederzijdse toegang tot elkaars markten belangrijker.
Een algemene verplichting om uitsluitend Europees te kopen komt er niet. De nu voorgestelde hervorming biedt overheden bij hun inkopen en aanbestedingen wel meer mogelijkheden om Europese leveranciers voorrang te geven, maar schrijft niet voor dat alle opdrachten naar bedrijven uit de EU moeten gaan. De nieuwe EU-wet geldt vooralsnog alleen voor de grote bedrijfstakken, en niet voor elk wissewasje.
Minder afhankelijk
De Europese Commissie wil bovendien de strategische afhankelijkheid van leveranciers buiten Europa verminderen. Overheidsopdrachten moeten daardoor niet alleen worden beoordeeld op de directe kosten, maar kunnen ook worden gebruikt om risico's van een te grote afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers terug te dringen.
Promotion
Prijs mag bij het gunnen van opdrachten niet langer zo sterk de doorslag geven. Overheden moeten nadrukkelijker naar kwaliteit en andere voorwaarden kijken. Bij gewone opdrachten moet kwaliteit voortaan minimaal 30 procent meewegen. Voor arbeidsintensieve opdrachten wordt een minimum van 50 procent genoemd.
Herkomst
Ook duurzaamheid en de betrouwbaarheid en herkomst van toeleveringsketens moeten zwaarder kunnen meewegen. China wordt in de nieuwe regels niet rechtstreeks als doelwit genoemd, maar speelt wel een belangrijke rol in de discussie over goedkope aanbiedingen, subsidies en buitenlandse concurrentie op Europese markten.
Industriecommissaris Stéphane Séjourné ziet aanbestedingen daarbij als een strategisch middel. Andere grote economieën gebruiken hun overheidsuitgaven eveneens om hun eigen economie en industrie te ondersteunen. Europa moet volgens de Commissie beter in staat worden gesteld daar op te reageren.
Simpeler
De hervorming moet tegelijkertijd de Europese aanbestedingsregels aanzienlijk vereenvoudigen. De bestaande drie afzonderlijke richtlijnen worden samengevoegd tot één rechtstreeks geldende Europese verordening. Dat moet de verschillen tussen nationale systemen verkleinen en de administratieve lasten voor bedrijven verminderen.
De Europese aanbestedingsmarkt vertegenwoordigt ongeveer 15 procent van het bruto binnenlands product van de EU en heeft een jaarlijkse omvang van ongeveer 2,5 tot 2,6 miljard euro. Het voorstel moet nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de EU-landen en kan tijdens die onderhandelingen nog veranderen.

