In de Europese hoofdsteden groeit steeds meer de overtuiging dat de Europese Unie haar positie in de wereld moet versterken. De internationale omgeving wordt omschreven als harder en competitiever, met grote mogendheden die steeds nadrukkelijker hun eigen belangen verdedigen.
Een centraal thema is het concurrentievermogen van Europa. Industrie, technologie en productiecapaciteit worden genoemd als cruciale pijlers. Europa moet voorkomen dat het economisch afhankelijk wordt en achterop raakt ten opzichte van andere economische grootmachten.
Europees Commissaris Séjourne vindt dat de EU-landen nu echt werk moeten gaan maken van een gezamenlijke Europese maak-industrie. Het pleidooi van de Franse EU-Commissaris komt aan de vooravond van Europees topberaad over versterking van de autonome positie van de EU tussen de economische grootmachten als de VS en China.
De oproep om versneld meer samen te werken valt bovendien samen met een indringende oproep van oud-EU-voorzitter Draghi, afgelopen weekeinde in enkele grote Europese kranten. De Italiaan gaf anderhalf jaar geleden al een voorzet aan de nieuwe Europese Commissie van Ursula von der Leyen om de positie van de Europese bedrijven te versterken.
Ook fractievoorzitter Manfred Weber van de grootste politieke partij in de Europese politiek, de EVP, pleitte eind vorige maand publiekelijk om een meer geïntegreerde Europese politiek, een oproep die bijna neerkwam op een pleidooi voor een EU-federatie. Hij vindt dat de Europese NAVO-landen desnoods een eigen atoommacht moeten worden, mogelijk met gebruikmaking van de Britse en Franse atoomwapens.
De versnelde samensmelting van grote Europese industriële bedrijven, inclusief de wapenindustrie, zijn mede een reactie op de Russische oorlog tegen Oekraïne en op de tarievenoorlog die de Verenigde Staten tegen de rest van de wereld zijn begonnen.
Ook de Defensie speelt een prominente rol in het debat. De noodzaak om beter samen te werken en Europese wapenproductie te versterken wordt breed gedeeld, mede tegen de achtergrond van internationale conflicten en veiligheidsrisico’s aan het oostfront van de Europese Unie.
Tegelijkertijd laait de discussie (opnieuw) op over hoe de Europese Unie bestuurd zou moeten worden. Daarover wordt al jarenlang veel gepraat, maar weinig besloten. Voorstellen om besluitvorming te stroomlijnen en effectiever te maken stuiten nog steeds op vragen over haalbaarheid, en altijd trapt er wel een premier of minister op de rem. Critici zeggen dat Brussel kennelijk nog niks van de Brexit heeft geleerd.
Het unanimiteitsbeginsel in het buitenlands beleid geldt daarbij als belangrijk knelpunt. Steeds meer EU-politici wijzen erop dat dit principe de besluitvorming kan blokkeren en Europa belemmert om snel en eensgezind op te treden. Vooral de laatste jaren blijkt steeds vaker dat in zulke situaties de EU door andere grootmachten voor voldongen feiten wordt geplaatst.

