De deal tussen Brussel en Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay werd onlangs door voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie een 'win-win'-overeenkomst genoemd, hoewel die op hevig verzet stuit van landbouworganisaties en verscheidene EU-landen.
Duitsland, Spanje, Portugal en andere landen juichten de overeenkomst toe, maar Frankrijk, gesteund door Italië en Polen, zei van begin af aan dat deze overeenkomst ‘in de huidige vorm’ niet acceptabel was.
Hoewel de onderhandelingen zijn afgerond, moet het verdrag nog worden goedgekeurd door ten minste 15 van de 27 EU-landen die minimaal 65% van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Er zou een uitgestrekte vrijhandelszone ontstaan ​​met meer dan 700 miljoen mensen.
Brussel heeft op het laatste moment een ‘schadefonds’ van 1 miljard euro ingesteld voor boeren die kunnen aantonen dat zij door de versoepeling van de handelsvoorwaarden schade lijden. Die concessie is voor president Macron kennelijk niet afdoende.
Bij een recente bespreking in het Europees Parlement lijkt er een meerderheid te zijn vóór het verdrag. Naar verwachting duurt het nog minstens een jaar voordat binnen de EU de procedure op gang komt voor de EU-landen en het EU-parlement om de ratificatie af te ronden.
Europese boeren klagen erover dat Zuid-Amerikaanse boeren minder te maken hebben met strenge milieu- en klimaatwetten zoals die in de EU voor Europese boeren gelden. Dat zou verstorend zijn voor hun concurrentiepositie.
Europese milieuorganisaties wijzen vooral op de rol die de Zuid-Amerikaanse landbouw en voedselindustrie speelt bij de vernietiging van grote delen van het Amazone-regenwoud, een belangrijke buffer tegen klimaatverandering.

