Nederland kan op dit moment nog niet de slachterijen verplichten tot een lagere slachtsnelheid. Om zo’n verplichting te kunnen opleggen, moet eerst de wet op het Dierenwelzijn worden aangepast. Desnoods zou zoiets in EU-verband kunnen worden aangepakt, zo schrijft LNV-minister Carola Schouten aan de Tweede Kamer.
De minister kondigde verlaging van de slachtsnelheid aan na een onderzoek naar de arbeidsomstandigheden in Nederlandse slachthuizen, en na soortgelijke berichten uit Duitsland. Ook de Tweede Kamer vroeg erom, zowel vanwege het dierenwelzijn als in het kader van de coronabrandhaarden die in slachthuizen ontstonden.
Daarom laat ze nu onderzoek doen naar het verband tussen dierenwelzijn, voedselveiligheid en de slachtsnelheid. De bedoeling van de minister is dat er dan alsnog mogelijkheden komen om de snelheid aan te passen.
Het verlagen van de slachtsnelheid kan nu alleen als tijdelijke maatregel als de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) misstanden constateert in een slachthuis. Daar zijn dan al waarschuwingen aan vooraf gegaan.
Minister Schouten heeft de slachthuizen gevraagd binnen drie maanden een plan in te dienen hoe ze het dierenwelzijn tijdens het slachtproces garanderen.
Ook meldde minister Schouten in een brief aan de Tweede Kamer dat de Europese Unie de criteria voor het inzetten van mobiele slachthuizen heeft versoepeld. Hiermee geeft de Europese Commissie volgens Schouten aan dat er expliciet ruimte geboden gaat worden aan initiatieven als de Mobiele Dodings Unit. Dit betekent dat structurele inzet van het mobiele slachtssysteem in Nederland mogelijk wordt.
Om de inzet van de Mobiele Dodings Unit ook daadwerkelijk haalbaar te maken in de praktijk wil Schouten graag de ruimte om, net als bij de pilot in Nederland, enkele dieren per transport te kunnen vervoeren. Op dit punt trekt de minister samen op met Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden. In deze landen bestaat breed draagvlak voor deze vorm van slachten.

