De index van de arbeidsproductiviteit in de landbouw stijgt in 2025 met 9,2% ten opzichte van 2024. Het gaat om een duidelijke versnelling, na eerdere jaren waarin de agrarische economie gematigder verliep.
In het grootste deel van de Europese Unie is sprake van groei. In 19 EU-landen stijgt de arbeidsproductiviteit. De sterkste stijgingen worden gemeten in Luxemburg, Polen en Estland, met 40, 33 en 31 procent.
In acht EU-landen daalt de arbeidsproductiviteit. De grootste terugval wordt gezien in Kroatië, gevolgd door Portugal en Griekenland. In deze landen ligt de productiviteit duidelijk lager dan in 2024.
De opvallende stijging heeft twee directe oorzaken. Het reële inkomen van landbouwbedrijven neemt toe met 8,1%, terwijl de hoeveelheid ingehuurde arbeid met 1,0% afneemt. Samen zorgen deze bewegingen voor een hogere opbrengst per arbeidskracht.
Ook in geld uitgedrukt laat de sector groei zien. De bruto toegevoegde waarde van de landbouw in de Europese Unie stijgt in 2025 met 10,3%. Daarmee levert de sector een grotere bijdrage aan de economie dan een jaar eerder.
De waarde van de totale landbouwproductie nam in dezelfde periode toe met 5,3%. Tegelijkertijd stijgt het bedrijfsverbruik, zoals energie, veevoer en andere productiemiddelen, met 1,5%. De opbrengst groeit daarmee sneller dan de kosten.
Kijkend over een langere termijn wordt het beeld nog duidelijker. In 2025 ligt de arbeidsproductiviteit in de Europese landbouw 49,4% hoger dan tien jaar geleden. Sinds 2015 is het reële inkomen met 20,8% gestegen, terwijl de arbeidsinzet met 19,1% is gedaald.
Arbeidsproductiviteit in de EU-landbouw meet niet het inkomen van individuele boeren of landbouwgezinnen. Het cijfer geeft weer hoeveel reëel inkomen wordt gegenereerd per voltijdse arbeidskracht, waarbij arbeid, kapitaal en grond samen worden meegenomen.

