In Sofia en andere steden verzamelden grote groepen demonstranten zich maandagavond om hun onvrede te uiten over de plannen voor de begroting van 2026. Mensen riepen om aftreden van de regering en zwaaiden met Bulgaarse en Europese vlaggen. De protesten behoren tot de grootste die het land in tientallen jaren heeft gezien.
De protesten richten zich tegen verhoging van belastingen en sociale bijdragen. De begroting verhoogt lasten voor particuliere bedrijven en breidt de uitgaven voor de publieke sector uit, wat bij veel Bulgaren tot onrust leidt. Demonstranten vinden dat de regering te veel macht naar zich toetrekt en de economie verzwakt.
De onvrede is breder dan alleen de begroting. Veel Bulgaren uiten al lange tijd zorgen over corruptie binnen staatsorganen. Tijdens de protesten zijn leuzen te horen die oproepen tot een einde aan corruptie en worden teksten geprojecteerd op overheidsgebouwen. Voor veel mensen is de maat vol na jaren van incidenten die het vertrouwen in de overheid hebben ondermijnd.
De situatie leidde maandagavond op meerdere momenten tot confrontaties met de politie. Demonstranten blokkeerden straten rondom het parlement. De politie zette pepperspray in en er werden containers in brand gestoken. Ondanks de onrust verliep een groot deel van de bijeenkomsten vreedzaam, maar de nacht bracht meer confrontaties.
President Rumen Radev heeft opgeroepen tot het aftreden van de regering en pleit voor vervroegde verkiezingen. Volgens hem kan de politieke rust alleen terugkeren wanneer er een nieuwe koers wordt gekozen. Zijn oproep klinkt door in veel protestgroepen, die zich gesterkt voelen door zijn steun.
Binnen de coalitie van premier Rosen Zhelyazkov zijn de spanningen zichtbaar. Oppositiepartijen spelen een actieve rol bij het organiseren van demonstraties en wijzen op de fouten van de regering bij het voorbereiden van de begroting. Tegelijkertijd probeert de regering de onvrede te beperken door te suggereren dat het begrotingsplan opnieuw bekeken kan worden.
De economische zorgen stapelen zich op. Het land staat op het punt om begin januari de euro in te voeren, maar er zijn zorgen over stijgende prijzen en de algemene economische stabiliteit. Critici vinden dat het land nog niet aan de minimale EU-criteria voldoet. Deze zorgen klinken ook door in de protesten en versterken de roep om een andere koers.
De woede wordt verder aangewakkerd door een recente aanklacht van het Europees Openbaar Ministerie. Hierbij worden Bulgaarse functionarissen beschuldigd van fraude met miljoenen euro’s aan EU-subsidies voor de bouw van een vissershaven die in werkelijkheid niet bestond.Deze zaak draagt bij aan de al bestaande kritiek op corruptie en voedt het wantrouwen richting de overheid.

