Uit een nieuw onderzoek van de Europese Rekenkamer (ERK) blijkt dat de afgelopen jaren steeds meer overheden (landelijk, regionaal en lokaal) voor hun opdrachten specifieke leveranciers rechtstreeks benaderen.
De hervorming van 2014 en een aanpassing in 2017 bleven grotendeels zonder enige verbetering. Zowel inschrijvers als overheden vonden ze omslachtig vergeleken met flexibelere aanbestedingen in de particuliere sector. Het aandeel overheidsopdrachten dat aan het mkb werd gegund, steeg ook niet..
De drie belangrijkste indicatoren voor de concurrentie bij overheidsopdrachten — aanbestedingen met één bieder, onderhandse gunningen en aantal inschrijvers — bleven in de meeste lidstaten onbevredigend. In 2021 werd bijna de helft van alle contracten gegund in procedures met slechts één indiener.
Onderhandse gunningen zijn volgens de controleurs van de Rekenkamer alleen onder zeer specifieke omstandigheden toegestaan; ze remmen de concurrentie af en zouden een uitzondering moeten zijn. In plaats daarvan kwamen deze gunningen in bijna alle lidstaten vaker voor en maakten ze ongeveer 16 % uit van alle aanbestedingsprocedures die in 2021 werden gerapporteerd.
Daarnaast is het aantal overheidsopdrachten met één inschrijver in de hele EU sinds 2011 bijna verdubbeld. Het aantal bedrijven dat inschrijvingen indient is bijna gehalveerd, van circa zes naar drie bedrijven per procedure.
“De afgelopen tien jaar is het in de EU niet gelukt om de concurrentie voor overheidsopdrachten te vergroten. Helaas hebben we nu te maken met een verloren decennium”, zegt Helga Berger, het ERK-lid dat verantwoordelijk is voor de controle. De Rekenkamer vindt dat de Europese Commissie met een actieplan moet komen om overheidsopdrachten aantrekkelijker te maken voor bedrijven.

