De Europese Unie voert de extra invoerheffing in voor metaal- en aluminiumproducten die niet volgens Europese milieu- en klimaatcriteria zijn gefabriceerd. De invoering van de koolstofboete moet ervoor zorgen dat de Europese staalindustrie wordt beschermd tegen import uit niet-EU-landen.
De kosten van de zogeheten CBAM-heffing worden betaald door importeurs, die deze lasten kunnen doorberekenen aan hun klanten. Daardoor stijgen de prijzen voor afnemers binnen de EU, waaronder landbouwbedrijven en industriële gebruikers.
Sinds 1 januari is CBAM volledig van toepassing binnen de Europese Unie. Het mechanisme richt zich op goederen met een hoge koolstofintensiteit, zoals staal, aluminium en meststoffen, en maakt deel uit van het bredere EU-klimaatbeleid.
Het Klimaatbeleid moet milieuvervuiling tegengaan, maar leidt ook tot zorgen over concurrentievermogen, betaalbaarheid en de positie van sectoren die sterk afhankelijk zijn van import.
Met CBAM wil de EU voorkomen dat Europese producenten worden benadeeld door import uit landen zonder vergelijkbare CO₂-heffingen. Het systeem moet zorgen voor een gelijker speelveld tussen binnenlandse productie en invoer.
Binnen de EU klinkt tegelijkertijd de roep om uitzonderingen of tijdelijke opschorting van het mechanisme. Sommige EU-landen en sectoren waarschuwen dat CBAM bij ongewijzigde toepassing economische schade kan veroorzaken. Wijzigingen of opschortingen zijn alleen mogelijk na goedkeuring door EU-lidstaten en het Europees Parlement, wat het proces traag maakt.
Voor Oekraïense bedrijven heeft CBAM al directe gevolgen. Sinds de volledige invoering verloren metaalproducenten klanten in de EU en werd de productie teruggeschroefd. Extra kosten per ton maken export moeilijker.
Een grote Oekraiense staalproducent meldde dat bijna de helft van de jaarlijkse productie wordt geraakt doordat Europese klanten geen bestellingen meer plaatsen. Bedrijven roepen de Oekraïense regering op om intensiever overleg met de Europese Commissie te voeren over uitstel.

