Europese functionarissen erkennen dat toetreding van Oekraïne gevolgen heeft die verder gaan dan noodzakelijke hervormingen in Kiev. De omvang van de grote Oekraïense landbouwsector maakt duidelijk dat ook binnen de EU zelf aanpassingen nodig zullen zijn. Het gaat zogezegd niet om een simpele standaard-uitbreiding.
Oekraïense functionarissen geven aan dat in gesprekken met Europese vertegenwoordigers openlijk wordt uitgesproken dat Oekraïne niet te vergelijken is met kleinere landen die eerder toetraden. De schaal en structuur van de agrarische sector maken dat bestaande Europese afspraken en EU-beleidskaders onder druk komen te staan.
Tegelijkertijd wordt erkend dat zorgen binnen de EU-landen deels zijn ontstaan door het beeld dat Oekraïne zelf jarenlang heeft uitgedragen. Oekraïne werd gepresenteerd als een agrarische supermacht, wat bij de EU-partners de indruk wekte dat de sector de Europese markt zou gaan domineren.
Volgens sommige Oekraïense vertegenwoordigers is dat beeld overdreven. Oekraïne staat niet bovenaan in Europa wat betreft de omvang van hun agrarische export. Die relativering moet volgens hen helpen om het toetredingsdebat realistischer te maken en de discussie te ontdoen van opgeblazen verwachtingen en angsten.
Wat overeind blijft, is dat Oekraïne vooral sterk is in de productie van granen en oliezaden en daarin internationaal concurrerend opereert. Tegelijk wordt erkend dat de Oekraiense agrarische sector minder sterk is in het creëren van hoge toegevoegde waarde binnen de landbouwketen.
De voorbereiding op EU-toetreding wordt door Oekraïense vertegenwoordigers zelf als onvolledig omschreven. De algemene gereedheid wordt ingeschat op ongeveer veertig tot vijfenveertig procent. Slechts een beperkt deel van de onderhandelingshoofdstukken scoort bovengemiddeld.
Volgens betrokkenen zijn hervormingen onder normale omstandigheden binnen enkele jaren mogelijk, maar daarvoor is wel tijd nodig voor zowel wetgeving als uitvoering. Snelle oplossingen worden niet verwacht. Sommige bronnen spreken over mogelijke toetreding in 2028.
De discussie over de omvang en de gevolgen voor zowel de Europese als Oekraiense landbouw laten zien dat toetreding geen technisch afvink-lijstje is, maar een proces dat ingrijpt in bestaande verhoudingen. Zowel Oekraïne als de EU erkennen dat wederzijdse aanpassing onvermijdelijk is, en dat de uitkomst bepalend zal zijn voor de toekomst van het Europese landbouwbeleid.

