Oostenrijkse boeren houden hun Duitse buren in de gaten

De grootschalige protesten van boeren in Duitsland, Frankrijk en andere EU-landen zijn nog niet overgeslagen naar Oostenrijk. Maar de regeringscoalitie in Wenen heeft vorige week wel alvast een toekomstplan voor de landbouw aangekondigd. Daarin staan voor de agrarische sector veel geruststellende woorden maar nog weinig concrete maatregelen. 

Vooral de roerige ontwikkelingen in de Duitse landbouw worden door de Oostenrijkse boeren nauwlettend in de gaten gehouden. Duitsland is de grootste markt voor de afzet van Oostenrijkse voedselexport.  Als de spelregels in Duitsland veranderen, heeft dat ook gevolgen voor de Oostenrijkse zuivelproducenten. 

Supermarktketens als Aldi en Lidl zien steeds vaker af van inkoop van levensmiddelen zonder keurmerken. Dit treft momenteel vooral de Duitse zuivelindustrie. Omdat de Oostenrijkers een betere naam hebben dan de Duitsers op het gebied van dierenwelzijn, biologische landbouw en kwaliteitskeurmerken, gaat nu al elke vierde liter melk die in Oostenrijk wordt geproduceerd naar Duitsland. 

Daarnaast profiteert de Oostenrijkse vleesindustrie van de gevolgen van de Afrikaanse varkenspest in het oosten van Duitsland. Vorig jaar kromp het aantal varkenshouders in Duitsland met ruim 15 procent. In het land werd tien procent minder varkensvlees geproduceerd. 

Kanselier Karl Nehammer pleit in ‘Plan Oostenrijk’ voor meer respect voor de Oostenrijkse boeren, evenals het garanderen van een veilige voedselvoorziening. Zowel minister van Landbouw Norbert Totschnig (ÕVP) als voorzitter Strasser van de boerenvereniging verwelkomden de sussende woorden van de kanselier. Zij geven de schuld vooral aan de milieucriteria van de EU op de landbouw.

Op het punt van naleving van Europese dierenwelzijns-criteria heeft Oostenrijk een betere naam dan de Duitsers. In een internationale vergelijking loopt Oostenrijk voorop als het gaat om het evenwicht tussen de duurzaamheidsdoelstellingen. Zo is de landbouw, voor het overgrote deel op kleine familieboerderijen, al meer dan dertig procent biologisch, en loopt daarmee ver vooruit op de rest van de EU-landen.