Een belangrijk probleem is dat EU-landen grotendeels zelf bepalen welke militaire capaciteiten zij nodig hebben. De gezamenlijke planning komt daardoor vooral van onderaf. Een effectieve planning op gezamenlijk EU-niveau ontbreekt, terwijl de verschillende nationale defensiesystemen onvoldoende op elkaar zijn afgestemd.
Versnipperd
Ook de besteding van het beschikbare geld is onvoldoende gecoördineerd. Europese en nationale financieringsstromen lopen volgens de EU-Rekenmeesters naast elkaar. Dat kan leiden tot versnipperde investeringen, dubbel werk en tekorten aan noodzakelijke capaciteiten of expertise.
Die waarschuwing komt aan de vooravond van de EU-besluiten over een nieuwe meerjarenbegroting (MFK) waarin de Europese Commissie in de periode 2028 - 2035 meer geld wil reserveren voor Defensie-projecten.
Promotion
Tussen 2020 en 2025 stegen de gezamenlijke defensie-uitgaven van de EU-landen met bijna 80 procent. Daarmee probeert Europa achterstanden weg te werken die na jaren van bezuinigingen zijn ontstaan.
Achterstanden
Die achterstanden zijn aanzienlijk. De defensiesector kampt met onvoldoende voorraden van onder meer munitie en raketten, lange productietijden en logistieke knelpunten. Ook industriële beperkingen en de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers bemoeilijken een snelle versterking van de defensie.
Meer geld biedt daarom niet automatisch een oplossing. Als de extra financiering niet goed wordt ingezet, kunnen tekorten aan materialen, belangrijke onderdelen en geschoold personeel ontstaan. Daardoor kan het moeilijk worden om het beschikbare geld daadwerkelijk om te zetten in de benodigde defensiecapaciteit.
Zonder VS
Daarnaast verloopt de politieke coördinatie traag en blijft Europa afhankelijk van de Verenigde Staten. Volgens de Rekenkamer wordt het daardoor ‘een grote uitdaging’ om tegen 2030 voldoende zelfstandig te worden om grootschalige militaire operaties zonder hulp van buitenaf voort te zetten.

