Het ministerie van Landbouw meldt dat Rusland in 2024 meer dan 700.000 ton vlees en slachtafval exporteerde, 27% meer dan in 2023. De varkensproductie steeg met een derde, pluimvee met 25% en rundvee met 22. Sinds 2019 is China al de grootste afnemer. Tot de top-drie behoort ook Saoedi-Arabië (een stijging van 1,9 keer tot 230 miljoen dollar), aldus cijfers van Agroexport.
De geografische nabijheid van potentiële kopers in de regio Azië-Pacific en het Midden-Oosten speelt ook een belangrijke rol. Afrikaanse landen, waar een stijging van de koopkracht gepaard gaat met een stijging van de vraag naar dierlijke eiwitten, is sprake van toenemende vraag naar eiwitrijke voeding.
De export van Russisch varkensvlees is ook naar China aanzienlijk gestegen, mede als gevolg van Europese sancties en stijgende Russische rentetarieven. Volgens de Russische Unie van Varkensproducenten (RUPP) groeide de export van 240.000 ton in 2023 naar 300.000 ton in 2024, waarvan 50.000 ton naar de Chinese markt ging.
Naast varkensvlees speelt Rusland ook een steeds prominentere rol in de export van andere landbouwproducten naar China, zoals graan en erwten. Het land heeft Canada ingehaald als belangrijkste leverancier van erwten aan de Chinese markt, met een marktaandeel van bijna 50%.
De binnenlandse consumptie van varkensvlees is ook gegroeid; in 2023 consumeerde de gemiddelde Rus meer dan 30 kilogram per persoon, een trend die naar verwachting doorzet in 2024. Marktanalisten voorspellen dat varkensvlees de dominante positie in de Russische vleesmarkt zal innemen, voorbij de vleeskip.
De oorlog in Oekraïne en de daaropvolgende economische sancties hebben de Russische economie zwaar onder druk gezet. Een belangrijke uitdaging voor Russische varkensproducenten is de stijging van de binnenlandse rentetarieven tot 21%, wat investeringen bijna onmogelijk maakt.
De varkensindustrie heeft de Russische regering opgeroepen een voordelig leningenprogramma, dat in 2019 werd stopgezet, opnieuw in te voeren. Volgens Yuri Kovalev, directeur van de RUPP, zijn nieuwe projecten zonder dit programma de komende acht tot tien jaar niet rendabel.

