De regeringsleiders en staatshoofden van de 27 EU-landen hebben in een Belgisch kasteeltje informeel van gedachten gewisseld over de samenhang tussen een groot aantal knopen dat op korte termijn door de EU-politici moet worden doorgehakt. En dat konden ook weleens onorthodoxe en pijnlijke keuzes worden, zo valt af te leiden uit commentaren en reacties.
Het debat over een Europese voorkeursbehandeling, vaak aangeduid als âMade in Europeâ, liep als rode draad door de gesprekken. Daarbij staat de vraag centraal of Europese bedrijven bij overheidsopdrachten of investeringen een voorkeurspositie moeten krijgen.
De manier waarop in de EU besluiten worden voorbereid en genomen, is in grote lijnen nog hetzelfde als pakweg 15 jaar geleden, toen de EU nog uit een stuk of 12 of 16 landen bestond. Over aanpassing wordt al vele jaren gesproken, vooral na het âweglopenâ van de Britten uit de EU, maar van âmoderniseringâ is nog steeds geen sprake.
Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Parlementsvoorzitter Roberta Metsola zeiden openlijk dat de besluitvorming in de EU misschien wel moet overschakelen op een twee-snelheden-proces. Daarbij is voor veel besluiten niet langer unanimiteit vereist en kunnen âdwarsliggersâ niet langer van alles vertragen of tegenhouden.
De informele besprekingen leverden in elk geval enige toenadering op tussen de koers die de Franse president Macron en de Duitse bondskanselier Friedrich Merz. De afgelopen dagen leek het erop dat zij fors van mening verschillen over hoe versterkt-Europees de EU moet worden.
En ook lijken zij het nu meer eens te zijn over de invoering van eurobonds, het gezamenlijk aangaan van leningen en schulden, ook als enkele (kleine) EU-landen het daar niet mee eens zijn.
Er lijkt ruimte te ontstaan voor een gerichte aanpak. In plaats van brede bescherming voor alle economische sectoren, wordt nu gesproken over steun voor specifieke strategische sectoren die bijzonder kwetsbaar zijn.
De regeringsleiders verwachten verdere concretisering tijdens een formele top in maart. Dan moet duidelijker worden welke sectoren prioriteit krijgen en welke instrumenten worden ingezet om de economische positie van de Europese Unie te versterken.

