Veel stageplekken werkeloze jongeren in EU nog onbetaald

Voor scholieren en studenten in de EU-landen wordt stage-lopen als voorbereiding op het vinden van een baan steeds belangrijker. Het percentage jongeren dat stage heeft gelopen is de afgelopen tien jaar aanzienlijk gestegen, zo concludeert de Europese rekenkamer (ERK) na nieuw onderzoek. 

Ook wijzen de EU-Rekenmeesters erop dat nog steeds een derde van de stageplaatsen onbetaald is. Dit vormt een probleem voor sommige jongeren die een stage moeten weigeren omdat ze het zich niet kunnen veroorloven. Als gevolg hiervan is het voor kansarme jongeren soms moeilijk om via een stageplaats de arbeidsmarkt te betreden.

Uit onderzoek in Nederland bleek vorig jaar dat bijna de helft van de studenten die stage liep (44 procent) daar geen vergoeding voor kreeg. In de sector onderwijs werd toen het minst vaak een vergoeding toegekend, gevolgd door de gezondheidszorg.

Werkgevers zijn het niet eens met vakbonden en jongerenorganisaties over een verplichte stagevergoeding, en de EU-landen hanteren verschillende regels. De nieuwe ERK-analyse is voornamelijk gericht op stagiairs op de arbeidsmarkt, in plaats van op stagiairs die stage lopen in het kader van hun studie.

Tien jaar geleden hebben EU-landen niet-bindende aanbevelingen opgesteld met een aantal minimumeisen voor hoogwaardige stages, waaronder leerdoelen, een schriftelijke overeenkomst, eerlijke arbeidsvoorwaarden en een redelijke duur. Deze worden momenteel aangepast aan de huidige stand van zaken, maar volgens de auditors verschilt de definitie van “stage” nog steeds aanzienlijk per lidstaat. In zestien lidstaten bestaat er zelfs geen wettelijke definitie van wat een stage precies inhoudt.

De auditors schatten dat per jaar tot 3,7 miljoen jongeren stage lopen. Twee derde van de ondervraagde stagiairs vond een baan binnen zes maanden na afronding van een stage. 

De EU-landen zijn zelf verantwoordelijk voor onderwijs en werkgelegenheid. Op het gebied van sociaal beleid heeft de EU echter het recht om wetgeving voor te stellen, bijvoorbeeld richtlijnen. Stages worden echter niet geregeld door EU-voorschriften, en niet alle lidstaten volgen de aanbevelingen over stages. 

De EU biedt financiering voor stages. Het Europees Sociaal Fonds en het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief helpen bijvoorbeeld kansarme jongeren bij het integreren in de arbeidsmarkt en financieren elk jaar zo’n 270 000 stageplaatsen. 

Daarnaast bieden Erasmus+ en andere EU-fondsen ondersteuning voor grensoverschrijdende stages. Elk jaar doen ongeveer 90.000 jongeren een dergelijke stage.