De vogelgriep onder pluimvee in Europa is de afgelopen decennia nooit zo ernstig geweest. De verspreiding van hoogpathogene aviaire influenza is onder pluimvee al aangetroffen in zo’n 3500 besmettingshaarden en meer dan 48 miljoen dieren moesten al worden geruimd.
Het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) zegt dat vogelgriep weliswaar jaar na jaar voorkomt, maar dat de afgelopen drie seizoenen zeer hoge infectieniveaus hebben laten zien. Bovendien worden besmettingen tegenwoordig het hele jaar door geconstateerd en niet alleen van oktober tot maart, zoals in het verleden het geval was.
Met het aanbreken van de herfst en het op gang komen van de vogeltrek worden in veel landen nieuwe besmettingshaarden gevreesd. De besmettingen komen vooral voor in de kustlanden, zowel aan de Noordzee en Oostzee als aan de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. Het ECDC meldt dat in Europa vooral Nederland, Polen en Frankrijk dit seizoen zwaar worden getroffen.
De Europese autoriteiten vrezen dat deze gevaarlijke variant vaste voet aan de grond heeft gekregen in Europa. Infectie met hoogpathogene vogelgriep leidt tot zeer ernstige ziekten en snelle sterfte onder besmet pluimvee, in tegenstelling tot laagpathogene vogelgriep, die leidt tot mildere ziekte bij de dieren.
Zowel bij de WUR in Wageningen als in een Frans onderzoeksinstituut worden momenteel proeven genomen voor de ontwikkeling van een vaccin. Binnen de Europese Unie wordt nagedacht over mogelijke vaccinatie van al het pluimvee, mits dat ook mag van internationale veterinaire afspraken. Tot nu toe is de export van gevaccineerde voedsel niet toegestaan.

