De Britse regering en de Europese Unie hebben tijdens crisisoverleg een actieplan opgesteld om de problemen rond het Noord-Ierse protocol aan te pakken. In theorie zijn ze het daar wel over eens, maar ze hebben nog geen praktische oplossingen. Over twee weken wordt er opnieuw vergaderd.
De Britse minister Michael Gove en EU-handelscommissaris Maros Secovic zeggen dat ze vasthouden het historische Brits-Ierse Goedevrijdagakkoord (‘nooit meer een harde grens’) blijven respecteren. Ook zullen ze met bedrijven en winkels in Noord-Ierland samenwerken om de transportproblemen aan de Ierse grens aan te pakken.
De mededeling komt er nadat Sefcovic eind vorige week naar Londen reisde voor een gesprek met Gove over de spanningen tussen de EU en het VK sinds het vertrek van Londen uit de Europese vrije markt, eind vorig jaar.
Om een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland te vermijden, stelden de EU en het VK het Ierse protocol op, dat deel uitmaakt van het akkoord over de Britse terugtrekking uit de Europese Unie. Daardoor ligt de EU-douanecontrole met Groot-Brittannië niet op de grens tussen (Brits) Noord-Ierland en de republiek Ierland, maar in de Ierse Zee, tussen Groot-Brittannië en Ierland.
Daardoor moeten Britse transporten bij de oversteek naar Noord-Ierland worden gecontroleerd. Dat geldt ook voor Europése transporten dóór Engeland via een veerboot náár Ierland.
Die douanecontrole gebeurt bij aankomst in havens, door Britse douane-ambtenaren, onder EU-toezicht. Maar de Britse exporteurs en transporteurs hebben naar het schijnt hun papierwinkel en werkwijze nog niet in orde, waardoor transportproblemen en vertragingen ontstaan.

