Uit analyses van handelsgegevens blijkt dat Britse boeren sinds het vertrek uit de EU structureel minder afzetten op hun belangrijkste exportmarkt. De daling geldt voor vrijwel de hele sector en wordt door betrokkenen omschreven als fors en aanhoudend.
De cijfers zijn gebaseerd op gegevens die zijn geanalyseerd door de National Farmersā Union. Daaruit komt naar voren dat de totale verkoop aan EU-landen sinds het vertrek uit de Unie met bijna twee vijfde is afgenomen, gemeten over een periode van ongeveer vijf jaar.
Binnen de landbouwsector zijn duidelijke verschillen zichtbaar. De export van pluimvee naar de EU is het sterkst teruggelopen, met 37,7 procent. Rundvlees volgt met een daling van 23,6 procent. Bij lamsvlees bedraagt de afname 14 procent en bij zuivelproducten 15,6 procent.
Volgens de NFU laten deze cijfers zien hoe kwetsbaar de Britse agrarische sector is geworden. De organisatie benadrukt dat de terugval niet uitsluitend aan Brexit kan worden toegeschreven, maar wel duidelijk maakt hoe groot de druk op boeren de afgelopen jaren is geweest.
De NFU waarschuwt bovendien dat het simpelweg verminderen van handelsbelemmeringen geen snelle oplossing biedt. Zelfs als fricties worden weggenomen, zal de EU-markt niet automatisch terugkeren voor Britse producten. Het opnieuw opbouwen van vraag kost volgens de organisatie tijd, inspanning en gerichte aandacht.
Tegen deze achtergrond lopen inmiddels gesprekken tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie over de toekomst van de handelsrelatie. Daarbij is sprake van regelmatig overleg over landbouw en bredere economische samenwerking, in aanloop naar bijeenkomsten op leidersniveau.
Tegelijkertijd wijst een eerder Brits overheidsrapport erop dat de onzekerheid onder boeren groot blijft. De sector werd daarin omschreven als āverbijsterd en angstigā, mede door onduidelijkheid over steunregelingen en beleidswijzigingen na Brexit. Dat gevoel vormt de achtergrond waartegen de huidige gesprekken plaatsvinden.
In politieke kringen wordt daarnaast openlijk gesproken over het herstellen of resetten van de relatie tussen Londen en Brussel. Daarbij klinkt de oproep om oude spanningen uit het Brexit-verleden niet langer de samenwerking te laten blokkeren, juist nu de internationale context onzekerder is geworden. Zelfs voorzitter Roberta Metsola van het Europees Parlement riep onlangs op oude wonden te helen.
āTien jaar na de Brexit ⦠en in een wereld die zo ingrijpend is veranderd, hebben Europa en het Verenigd Koninkrijk een nieuwe manier van samenwerken nodig op het gebied van handel, douane, onderzoek, mobiliteit en veiligheid en defensie,ā aldus Metsola. āHet is nu tijd om de spoken uit het verleden te verdrijven.ā

