De Europese Unie en Nieuw-Zeeland hebben een vrijhandelsakkoord gesloten waardoor de bilaterale handel met 30 procent zal toenemen. Beide handelspartners schaffen nagenoeg alle importheffingen af. Over het vrijhandelsverdrag is meer dan vier jaar onderhandeld.
Volgens Europees Handelscommissaris Valdis Dombrovskis luidt het akkoord een “nieuwe generatie” van handelsverdragen in, waarin voor het eerst strafmaatregelen zijn ingebouwd als de andere partij fundamentele arbeidsprincipes of het klimaatakkoord van Parijs schendt.
Ook zijn voor het eerst bepalingen opgenomen over duurzame voedselsystemen, gendergelijkheid en de hervorming van subsidies voor fossiele brandstoffen.
Het akkoord met tariefcontingenten (TRQ’s) omvat fors meer toegang tot de EU-markt voor Nieuw-Zeelandse zuivel, schapenvlees en rundvlees. De Europese agrarische koepel Copa-Cosega spreekt van ‘pijnlijke compromissen voor gevoelige sectoren’. Dit zal de Europese negatieve handelsbalans (ongeveer € 750 miljoen in 2021) op landbouw alleen maar verhogen.
Bovendien komt de concessie van nog eens 38.000 ton voor schapenvlees bovenop de huidige markttoegang op basis van WTO-criteria van 114.184 ton. Dit baart volgens Copa-Cosega grote zorgen over de cumulatieve impact van concessies die door de EU aan Nieuw-Zeeland zijn verleend.
Europese producten, zoals wijn en varkensvlees, zijn al op de relatief kleine Nieuw-Zeelandse markt (4,8 miljoen inwoners) aanwezig, waardoor er weinig mogelijkheden overblijven om de agrarische handelsbalans meer in evenwicht te brengen, zo vreest de Europese agri-koepel.

