De provinciale autoriteiten van het Zwitserse kanton Graubünden hebben vergunning verleend voor het afschieten van een wolf. Het afschieten van wolven is mogelijk omdat Zwitserland, dat geen lid van de EU is, vorig jaar de jachtwet heeft verruimd.
Een Oostenrijkse wolven- en landschapsdeskundige noemt de verruimde Zwitserse wet een voorbeeld voor een nieuw EU-wolvenbeleid.
In de afgelopen zomermaanden zijn in Graubünden zo’n 60 schapen slachtoffer geworden van aanvallen van wolven, waarvan tien op een hooggelegen weide bij het dorp Klosters. Daar vonden 15 aanvallen plaats en doodden de wolven meer dan 10 schapen op beschermde weiden en voldeden daarmee aan het wettelijke criterium voor een jachtvergunning.
In het verleden golden in Zwitserland veel strengere criteria waardoor nooit een afschotvergunning werd verleend. In 2020 is een referendum gehouden over eventuele heropening van de jacht op de wolf, maar dat werd met uiterst kleine meerderheid verworpen. Toch besloot de Zwitserse regering gehoor te geven aan de mening van de grote minderheid. Weliswaar wordt de jacht niet ‘onbeperkt’ vrijgegeven, maar worden de uitzonderingen verruimd
De Zwitserse jachtwet schrijft nu voor dat met dna-bewijs moet zijn vastgesteld dat een-en-dezelfde wolf binnen vier maanden minstens vijftien keer een schaapskudde moet hebben aangevallen. Daarbij moeten dan minstens tien dieren zijn verwond of gedood. Bovendien moest zo’n kudde op dat moment beschermd of bewaakt zijn, middels hekken en omheiningen of waakhonden.
De vergunning geldt alleen voor die ene wolf. Eerder dit jaar werd elders in Zwitserland na een verleende vergunning een ‘verkeerde’ wolf afgeschoten. Zwitserland laat geen wolven doden om het aantal roedels klein te houden, maar laat alleen de notoire schapendoders afschieten.
Ook mogen niet te veel vergunningen in te korte tijd worden verleend. Het aantal wolven dat in een kanton mag worden gedood, mag niet meer bedragen dan de helft van het aantal jonge wolven in de roedel.
De Oostenrijkse wolvendeskundige Gregor Grill van de Landwirtschaftskammer in Salzburg vindt dat ook in de EU-landen de burgers een stem moeten krijgen over het beheer van wolven-aantallen. In steeds meer EU-landen ontstaan discussies over ‘overlast’, nu de wolf vanuit het oosten en zuiden steeds verder oprukt naar het noorden en westen van Europa.
Grill vindt het onzin om te zeggen dat mens en wolf vreedzaam naast elkaar zouden moeten leven. Hij wijst erop dat weliswaar elke soort een eigen habitat en leefruimte nodig heeft, maar dat de FHH-habitatrichtlijn achterhaald is omdat de wolf niet langer als ‘ bedreigde soort’ op de rode lijst staat. ‘Het is volkomen absurd om te pleiten voor een coëxistentie tussen mensen en carnivoren, want zoiets is er nooit geweest’.

