In Denemarken zijn regering en landbouwbonden het eens geworden over een forse vermindering van de luchtvervuiling. Tegen 2030 moet dat van 15 miljoen ton koolstofdioxide bijna zijn gehalveerd tot 8 miljoen ton.
Het grootste deel ( 1 miljoen ton) wordt gehaald door het uit productie halen van zo’n 100.000 hectare drassig kustgebied dat tot nu toe wordt bemalen, maar straks niet meer. Samen met wijdverbreide bebossing en landbouw wordt de emissiereductie geschat op iets minder dan een miljoen ton koolstofdioxide.
De Deense autoriteiten hebben op kaarten de gebieden afgebakend waar emissiereducties het meest effectief kunnen zijn. In de praktijk informeert de boer bij de overheid of zijn grond geschikt is en maakt een afspraak over het gebruik ervan. De velden onder het contract moeten op een natuurlijke manier worden beheerd. Het betekent dat de velden niet drooggepompt kunnen worden. Ook in droge jaren mag er niet geteeld worden.
De eisen van de groene transitie zijn niet afkomstig van de Deense overheid, maar de landbouworganisaties hebben zelf de maatregelen vastgesteld. “We hebben de verantwoordelijkheid genomen om actie te ondernemen zodat de reductiedoelstellingen worden bereikt. Politici hebben de verantwoordelijkheid om er geld voor te vinden”, zei Jan Laustsen, directeur van de Deense Landbouw- en Voedselraad onlangs.
In de Deense landbouw was bekend dat er strenge maatregelen en dwangmaatregelen zouden komen om de uitstoot te beteugelen, dus een afspraak maken op basis van eigen uitgangspunten was een betere en duurzamere optie. Voorlopig is het systeem gebaseerd op vrijwilligheid. Het is echter nog onduidelijk welke vergoeding de boer zal krijgen.
“Boeren zijn onzeker en sceptisch over wat voor soort overeenkomst ze tekenen en wat het op de lange termijn betekent”, legt Laustsen uit. Er zijn tot nu toe dan ook weinig overeenkomsten gesloten. Wat ook nog moet worden opgelost, is hoe de eventuele vergoeding wordt belast.
De 100.000 hectare is slechts 3-4 procent van het landbouwareaal van Denemarken. “Het risico is dat de reductie van 100.000 hectare niet vrijwillig wordt gerealiseerd. Dan komen dwangmaatregelen in beeld”, zegt Laustsen.
Lausten stelt dat zolang het overleg loopt en de belasting- en compensatiekwesties kunnen worden opgelost, een reductie van 100.000 hectare haalbaar moet zijn.”Boeren begrijpen dat er veel moet gebeuren om klimaat- en milieudoelen te halen”, zegt Laustsen over de sfeer onder boeren.
“Niemand geeft graag zijn land op, maar als dit vrijwillig en samen gebeurt, zou het een grote stap voorwaarts zijn.”

