Deense sociaaldemocraten willen na stembuszege centrumcoalitie

Het centrumlinkse partijenblok van de Deense premier Mette Frederiksen heeft de parlementsverkiezingen nipt gewonnen. Haar coalitie behaalde 90 van de 179 zetels wat haar een flinterdunne meerderheid geeft. De centrumrechtse oppositiegroep bleef steken op 72 zetels.

In de opiniepeilingen was lang onduidelijk welke van de twee coalities er als beste uit zou komen. Bovendien werd verwacht dat een nieuwe partij, opgericht door voormalig premier Lars Løkke Rasmussen, de Gematigden, een brugfunctie zou kunnen vormen. Zijn partij won uiteindelijk 16 zetels.

Een onverwacht resultaat was bovendien dat Frederiksens eigen partij, de sociaal-democraten, het beste resultaat in twee decennia behaalde, waardoor die de grootste parlementaire partij van Denemarken werd.

“De sociaaldemocratie heeft haar beste verkiezingen in meer dan 20 jaar gehad”, zei Frederiksen in een toespraak gisteravond in Kopenhagen. Ze herhaalde een eerdere campagnebelofte dat ze zou proberen om een ​​centristische regering te vormen, in plaats van een overwegend centrumlinkse.

De voormalige minister van Immigratie, Inger Støjberg, die was afgezet nadat hij illegaal de scheiding van asielzoekende ouderparen en kinderen had bevolen, won met zijn nieuwe anti-migrantenpartij 14 zetels en werd daarmee de vijfde grootste partij in de Folketing.

Het feit dat bijna alle Deense partijen inzake immigratie de afgelopen jaren sterk naar rechts zijn opgeschoven, leidde er ook toe dat de rechts-populistische Deense Volkspartij vrijwel is verdwenen. Die partij was in 2015 nog de op een na grootste in Denemarken, maar haalde bij deze verkiezingen slechts 2,6%.