Groot-Brittannië heeft Australië een handelsverdrag aangeboden waarmee binnen 15 jaar de wederzijdse invoerbelastingen geleidelijk worden afgeschaft. Minister van Internationale Handel Liz Truss heeft het Britse bod formeel gedaan aan haar Australische tegenhanger Dan Tehan.
Als het aanbod wordt aanvaard, zou het ook leiden tot het afbouwen van quota en limieten voor handel in velerlei producten tussen de twee landen. De National Farmers Union (NFU) heeft gewaarschuwd dat vrijhandel in vlees en zuivel ertoe zullen leiden dat honderden Britse koeien- en schapenfokkers failliet zullen gaan.
Vrijwel de hele Britse agrarische industrie had nog vorige week de Britse regering opgeroepen in nieuwe handelsverdragen niet teveel weg te geven. De Britse boeren zagen de bui kennelijk hangen en vroegen premier Boris Johnson om niet voor alle import een nul-procent douanetarief in te voeren.
Een twintigtal veeteelt- en landbouw-organisaties zei te vrezen dat bij volledige liberalisering de grenzen worden opgezet voor goedkoop voedsel, en dat de Britse sector er aan onderdoor gaat. De Britse eigen zeggenschap (‘Los van de EU’) over eigen handelsverdragen was één van de grote Brexit-stokpaardjes van Boris Johnson.
Premier Boris Johnson hoopt in juni het verdrag met Australië te kunnen ondertekenen, als hij in Londen gastheer is van de halfjaarlijkse G7-top. Na het Britse vertrek uit de Europese Unie wil hij zo snel mogelijk met zo veel mogelijk landen éigen Britse handelsverdragen sluiten, zonder quota en tarieven.
Volgens Britse media staat de moderne Canadese zuivelindustrie al te springen om bij een nul-tarief handelsverdrag de markt in Groot-Brittannië te gaan veroveren, zeker als de EU wel invoertarieven met de Britten gaat hanteren. In de Brexit-onderhandelingen heeft Brussel duidelijk gemaakt dat de Britten na hun vertrek uit de EU niet van twee walletjes kunnen blijven eten.
Premier Johnson benadrukt vooral het belang voor de Britse éxport. “De internationale handelsverdragen bieden een fantastische kans voor allerlei soorten bedrijven, voor onze fabrikanten. We zouden deze nieuwe openingen niet als bedreiging maar als kansen moeten zien.”

