De ondergang van het Estlands cruiseschip Estonia in 1994, waarbij 26 jaar geleden 852 mensen verdronken, is mogelijk veroorzaakt door een aanvaring met een onderzeeër, zegt een recente tv-documentaire.
De makers van het programma zeiden dat ze een op afstand bestuurbaar camera-duikbootje naar het wrak hadden gedirigeerd om de Estonia te verkennen, en dat ze daarbij een voorheen onbekend gat van één bij vier meter in de romp hadden ontdekt. Hun bevindingen werden deze week gestreamd in de Discovery-documentaire “Estonia: The Find That Changes Everything”, waarin experts zeiden dat het gat in de romp alleen veroorzaakt kan zijn door een enorme externe kracht.
Slechts 137 van de 989 mensen die aan boord van de veerboot waren, overleefden het toen deze op 28 september 1994 in internationale wateren voor de kust van Finland zonk. Het blijft Europa’s ernstigste scheepsramp in vredestijd.
De ministers van Buitenlandse Zaken van Estland, Finland en Zweden zeiden in een verklaring dat ze gezamenlijk de nieuwe informatie die in de documentaire wordt gepresenteerd, zullen beoordelen. Maar Margus Kurm, die destijds de Estse regeringscommissie leidde die de ramp onderzocht, zegt nu al dat een aanvaring met een onderzeeër “de meest waarschijnlijke oorzaak” was.
Het oorspronkelijke onderzoek naar de ramp met MS Estonia kwam tot de conclusie dat dit werd veroorzaakt doordat de boegdeur van het schip werd opengedraaid en er water in het autodek kon stromen. Het schip was op weg naar Stockholm vanuit Tallinn toen het zonk.
Passagiers uit 17 landen verdronken bij de ramp, waaronder 501 Zweden en 285 Esten. Veel lichamen zijn nog niet teruggevonden in het wrak en verkennend duiken werd op de locatie verboden op grond van een overeenkomst uit 1995, ondertekend door de regeringen van Estland, Finland en Zweden. Maar de documentairemakers zouden een schip onder Duitse vlag hebben gebruikt om het wrak te verkennen.

