De Europese Commissie gaat voorlopig het vorig jaar gesloten investeringsakkoord met China niet laten goedkeuren. Er was jarenlang door Peking en de EU onderhandeld over wederzijdse toegang tot elkaar markten, maar steeds meer EU-landen beginnen terug te krabbelen.
Chinese conglomeraten nemen met hun expansie en hun dumpingpraktijken nu al hele bedrijfstakken over, zoals in de elektronica. De wereldwijde corona-crisis heeft daar tegenover aangetoond dat landen veel meer voor zichzelf moeten kunnen zorgen en minder afhankelijk moeten zijn van import ‘van de andere kant van de wereld’.
De verstandhouding met China is momenteel te verzuurd, zegt Eurocommissaris Valdis Dombrovskis. “We hebben in zekere zin de politieke toenadering van de zijde van de Europese Commissie opgeschort”, zegt Dombrovskis, een van de vicevoorzitters van de Commissie.
Het Europees Parlement (EP), dat nog met het akkoord moet instemmen, zei onlangs dat de Commissie dat voorlopig wel uit haar hoofd kan zetten. Het Europees Parlement was al kritisch over de deal, maar recente Chinese sancties tegen een vijftal Europarlementariërs leidden tot meer weerzin. Zolang China de strafmaatregelen niet intrekt, zal het EP de overeenkomst niet ratificeren.
In het akkoord staat dat Europese bedrijven beter toegang moeten krijgen tot de Chinese markt. Ook zijn er afspraken gemaakt over eerlijke concurrentie tussen Chinese bedrijven en ondernemingen uit de EU. Zo is China voor zuivel- en vleesproducten deels afhankelijk van import uit EU-landen.
China heeft in nog geen vijftien jaar tijd de bloeiende Europese industrie van zonnepanelen vrijwel geheel overgenomen. Wie zonnepanelen wil kopen, kan bijna niet om China heen. Het land heeft ongeveer 80 procent van de wereldmarkt in handen
Ook in de staalindustrie dumpen de Chinezen hun metalen tegen bodemprijzen. Ze kunnen zo goedkoop produceren omdat ze amper milieubescherming toepassen, en amper sociale arbeidsrechten hanteren.

