Tegenover elkaar stonden een brede groep landen die een ambitieus verdrag wil en een kleinere groep olie- en kunststofproducerende landen. De eerste groep dringt aan op het terugdringen van plasticproductie en stevige regels voor schadelijke chemische toevoegingen. De tweede groep verzet zich tegen productie-limieten en legt het accent op afvalbeheer, betere verpakkingen, hergebruik en recycling.
Ook de besluitvorming lag onder vuur. Voorstellen om bij onoverbrugbare tegenstellingen te kunnen stemmen, botsten op de eis dat besluiten uitsluitend via consensus genomen moeten worden. Die procedurele kloof droeg bij aan het vastlopen van de gesprekken, ondanks langdurige informele consultaties.
Uit Europa klonk teleurstelling. De Europese Unie had hogere verwachtingen en benadrukt dat het werk moet doorgaan richting een bindend akkoord dat gezondheid en milieu beter beschermt.
Veel landen en milieuorganisaties reageerden aangeslagen op de uitkomst. Zij spraken over een gemiste kans, wezen op de urgentie van de alsmaar toenemende plasticvervuiling en riepen op tot meer leiderschap. Organisaties spoorden ambitieuze landen aan om sterker op te treden en de lat niet te verlagen, juist omdat eerdere rondes al weinig tastbaar resultaat opleverden.
De impasse bouwt voort op eerdere mislukkingen. Een vorige onderhandelingsronde, die vorig jaar in Zuid-Korea werd gehouden, eindigde eveneens zonder akkoord. Dat patroon voedt de vrees dat zonder VN-koerswijziging het proces blijft steken tussen de wens om nieuwe productie af te bouwen en het pleidooi om vooral de inzameling en verwerking te verbeteren.

