Öcalan verklaarde dat het streven naar een autonoom Koerdisch bestuur niet meer via gewapend verzet moet verlopen. Hij riep zijn aanhangers op om hun wapens over te dragen aan een internationale commissie, als voorwaarde voor duurzame vrede. Daarmee onderstreept hij zijn eerdere koerswijziging, waarin hij al koos voor politieke in plaats van militaire middelen.
Koerdische vertegenwoordigers bevestigen dat er voorbereidingen worden getroffen om daadwerkelijk te beginnen met het inleveren van wapens. Zij spreken van een symbolische en praktische stap die “binnenkort” zal worden gezet.
De Turkse regering reageerde terughoudend. Hoewel de boodschap van Öcalan als een opening wordt gezien, betichten regeringsvertegenwoordigers de Koerdische beweging van verdeeldheid en een gebrek aan concrete daden. Er zijn zorgen dat de oproep tot ontwapening niet door alle Koerdische groeperingen wordt ondersteund.
De Koerden vormen een etnische groep zonder eigen staat, verspreid over het zuidoosten van Turkije, het noorden van Syrië, Irak en Iran. In Irak beschikken zij sinds enkele tientallen jaren over een semi-autonome regio met een eigen bestuur, maar internationale erkenning als onafhankelijk land is er nooit gekomen.
Binnen de Koerdische beweging bestaan grote onderlinge verschillen. Rivaliteit tussen families, politieke clans en militaire facties leidt regelmatig tot conflicten. Verscheidene groeperingen beschuldigen elkaar van corruptie, belangenverstrengeling en criminele activiteiten. Dit ondermijnt het vertrouwen in een gezamenlijke Koerdische koers.
De disbalans tussen politieke en militaire leiders zorgt voor spanningen. Terwijl sommige facties bereid lijken tot ontwapening, houden andere gewapende eenheden vast aan de strijd. Dit belemmert het tot stand brengen van een gezamenlijk akkoord over vredesvoorwaarden en autonomie.
Öcalan zit al jaren in eenzame afsluiting gevangen in Turkije, maar blijft voor velen een moreel leider. Zijn oproep tot vrede kan dus invloed hebben, mits die gevolgd wordt door daadwerkelijke actie. Of alle strijdgroepen zijn gezag nog erkennen, is echter onduidelijk.
Een woordvoerder van de politieke PKK-tak, de DEM-partij, zegt dat vrijdag 11 juli in de Turkse oostelijke regio Suleimani, enkele tientallen voormalige rebellen hun wapens zullen inleveren. Die bijeenkomst zal niet rechtstreeks worden uitgezonden, maar er zullen wel 'door de DEM geaccrediteerde' journalisten worden toegelaten.

