Volgens Rutte, die sinds kort NAVO-secretaris-generaal is, bevindt de hele NAVO zich momenteel “aan de oostflank” van het bondgenootschap. Daarmee bedoelt hij dat dreiging niet alleen de Baltische staten aangaat, maar ook de rest van West-Europa. Een gezamenlijke, grootschalige voorbereiding is volgens hem onvermijdelijk.
Op de NAVO-top in Den Haag op 24 juni wil Rutte pleiten voor een “quantum leap” in defensieve paraatheid. Hij vraagt met name de Europese lidstaten om hun defensie-uitgaven aanzienlijk te verhogen, en dit om te zetten in concrete inzetbaarheid van troepen, systemen en luchtafweer.
Rutte stelt dat de NAVO haar lucht- en raketverdediging met maar liefst 400% moet uitbreiden. Alleen dan kan volgens hem adequaat worden gereageerd op Russische dreiging. Ook de bescherming tegen hypersonische raketten en drones moet beter worden georganiseerd.
In het bijzonder maken Estland, Letland, Litouwen en Finland zich grote zorgen over Russische militaire agressie. Zij willen dat West-Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor gedeelde veiligheid en zich solidair toont met de kwetsbare oostelijke lidstaten.
Rutte benadrukte dat wensdenken de NAVO niet zal beschermen. Alleen een realistische en daadkrachtige strategie biedt volgens hem veiligheid. Daarbij hoort ook een geloofwaardige afschrikking: “Putin understands only strength,” aldus Rutte.
Hoewel het conflict in Oekraïne de aanleiding vormt voor veel van deze zorgen, benadrukte Rutte dat Oekraïne’s NAVO-toekomst onomkeerbaar is, ook als dat mogelijk niet in de komende slotverklaring expliciet wordt genoemd.
Op de top in Den Haag zullen de NAVO-landen besluiten moeten nemen over de hoogte van de defensiebudgetten, de verdeling van capaciteiten en over gezamenlijke productie van afweersystemen. Rutte wil dat Europa hierbij meer voortrekkersrol pakt, ook als de Verenigde Staten in november van politieke koers zouden veranderen.

