De Nederlandse landbouwexport naar Japan loopt door de Covid-pandemie een deuk op. Dat is van tijdelijke aard, verwacht Denise Lutz, de landbouwraad op de Nederlandse ambassade in Tokio.
Tussen 2015 en 2020 steeg de agrarische exportwaarde naar Japan met 50%. Japan is na de VS en China nu de derde exportmarkt buiten Europa voor producten uit de Nederlandse agrofoodsector. In 2019 ging het om een exportwaarde van circa €1 miljard. Dat is 2020 gedaald naar €900 miljoen.
Lutz: “Logisch, transport door de lucht viel een tijd weg. De export is inmiddels weer op gang. Japan is en blijft een belangrijk land voor de Nederlandse agrofoodsector.”, zegt Lutz in een vraaggesprek met Agroberichtenbuitenland.nl
Naast bijvoorbeeld varkens- en kalfsvlees, kaas, paprika’s en bloembollen exporteren Nederlandse bedrijven agrotechnologie naar Japan. Voorbeeld is Lely dat inmiddels honderden melkrobots heeft geleverd aan Japanse melkveebedrijven.
“De zuivel is een sector die open staat voor innovaties. Dat geldt trouwens ook voor de bedekte tuinbouw. Juist in die sectoren liggen volgens mij kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven.”
Als het gaat om de export van primaire voedingsproducten kan het imago van Nederland beter, zegt zij. “Producten uit Frankrijk en Duitsland hebben bij consumenten meer ‘smoel’. Welvarende Japanners kiezen voor producten die lekker, veilig en gezond zijn, zegt Lutz.
Verduurzaming van de landbouw staat in Japan hoog op de agenda. Er zijn grote zorgen over de vitaliteit van het landelijk gebied. De Japanse landbouw vergrijst, het aantal boeren neemt snel af en ook het landbouwareaal krimpt. Om die reden is er een enorme drive om de productiviteit te verhogen en de arbeidskosten te verlagen.
Er is veel interesse in mechanisering en robotisering. De Japanse overheid stimuleert de modernisering van de agrarische sector, onder andere met subsidies. “De ontwikkelingen in de Japanse agrofoodsector, bijvoorbeeld op het terrein van automatisering en robotisering, trekken veel belangstelling. Kennisdeling tussen Japan en Nederland biedt beide landen perspectief”, aldus Lutz.

