De uitslag vertoont veel overeenkomsten met recente verkiezingen in Nederland, Frankrijk en het oosten van Duitsland, waar extreemrechtse anti-immigrantenpartijen als grootste uit de stembus kwamen.
De pro-Russische FPÖ- partij verdubbelde de kiezersaanhang tot 29 procent (tov vijf jaar geleden), terwijl de ÖVP een kwart van haar aanhang verloor en uitkwam op 26,3 procent. Op het agrarische platteland bleef de ÖVP een procentje groter dan anti-EU-partij van Herbert Kickl.
De sociaaldemocratische oppositiepartij SPÖ kwam niet verder dan ruim 20 procent, terwijl de aanhang van De Groenen bijna halveerde tot ruim 8 procent, terwijl het liberale NEOS bleef steken op zo’n 10 procent.
De conservatieve bondskanselier Karl Nehammer (ÖVP) heeft president Von der Bellen (Groenen) opgeroepen om nu de extreemrechtse Vrijheidspartij de opdracht te geven een coalitie te vormen. Alle Oostenrijkse partijen hebben gezegd dat ze absoluut niet willen dat de omstreden partijleider Kickl kanselier wordt.
Of zo’n afwijzing alleen geldt voor de persoon Kickl, of voor de hele FPÖ, zal nog moeten blijken. Sommige ÖVP-leiders hebben laten doorschemeren dat een coalitie onder een andere FPÖ-leider mogelijk is. In dat geval dringt zich een vergelijking op met de situatie in Nederland waarbij de grootste partij wel een coalitie kon vormen, maar de omstreden partijleider Geert Wilders geen premier mocht worden.
Omdat er later deze maand en volgende maand regionale verkiezingen worden gehouden in twee Oostenrijkse provincies waar een ÖVP-coalitie regeert, zijn sommigen binnen de partij huiverig om de FPÖ te snel aan de kant te schuiven, uit angst om opnieuw terrein te verliezen. In theorie is het ook mogelijk dat de FPÖ weliswaar de grootste fractie vormt, maar dat na een mislukte formatiepoging er alsnog een drie-partijen-coalitie aantreedt van ÖVP en SPÖ, samen met de kleinere liberalen of De Groenen.
Voor de Oostenrijkse agrarische sector valt te verwachten dat met deze ‘ ruk naar rechts’ er hoe dan ook een sterker anti-Europees beleid zal worden ontwikkeld. Daarbij zal het - net als in Nederland - de vraag zijn in hoeverre Oostenrijk zich kan onttrekken aan de gedetailleerde kaders en richtlijnen van het Europese landbouw- en klimaatbeleid. Meestal wordt de soep niet zo heet gegeten, en meestal gaan daar jarenlange procedures aan vooraf.

