Op de dag dat het Maleisische passagiersvliegtuig MH17 boven het oosten van Oekraiene werd neergeschoten door een Russische BUK-raket, op 17 juli 2014, was er aan het front sprake van minstens twéé BUK-raketten. Er zouden in rebellengebied meerdere strijdgroepen geprobeerd hebben een BUK-lanceerinrichting te pakken te krijgen, zo blijkt uit afgeluisterde telefoongesprekken.
Eén BUK is kennelijk in brand gevlogen. Dat bleek maandagmiddag op het MH17-proces uit een eerste toelichting van officier van justitie Ward Ferdinandusse op de tenlastelegging tegen de vier verdachten Girkin, Doebinsky, Poelatov en Kharchenko.
Ferdinandusse geeft dinsdag een nadere uitgebreide toelichting op de werkwijze van het JIT-onderzoeksteam, en over het verzamelde bewijsmateriaal. Mogelijk komt het OM dan ook met nadere mededelingen over die tweede BUK-raket. Gisteren zei hij er niet bij om wélke groepen het dan zou gaan, die geprobeerd zouden hebben ook een BUK in bezit te krijgen. Maar omdat het gaat om een afgeluisterd telefoongesprek tussen twee nog niet geïdentificeerde pro-Russische rebellencommandanten valt wel af te leiden dat het in elk geval niet om Oekraiense legereenheden gaat.
De aanwezigheid van BUK-luchtafweerraketten op het strijdtoneel is relevant geworden omdat Russische functionarissen aanvankelijk ontkenden dat er überhaupt een BUK was afgeschoten, en nadien vervolgens zeiden dat het dan kennelijk om een Oekraiense BUK zou moeten gaan.
Het internationale JIT-onderzoek heeft de rij-route vastgesteld van een BUK-installatie vanuit een Russische kazerne naar het strijdtoneel in Oost-Oekraiene, aan de hand van foto’s en getuigenverklaringen, inclusief de terugreis van het lanceerplatform naar de Russische Federatie. Díe raket is onder verantwoordelijkheid van de vier verdachten afgeschoten op de MH17. Ook dat wordt door Moskou tegengesproken.
In een in 2014 onderschept telefoongesprek wordt gesproken over de aankomst van een Russische BUK. Lange tijd hebben JIT-onderzoekers gedacht dat dit gesprek ging over die ene MH17-raket. Maar omdat de identiteit van die twee bronnen nog niet is vastgesteld, en omdat er gesproken werd over een niet nader opgehelderde in brand gevlogen BUK-raket, is dit element búiten de aanklacht gelaten tegen de huidige vier verdachten.
Ook is daarom het ‘vliegen boven oorlogsgebied’ en ‘het niet-afgesloten luchtruim’ doelbewust búiten de aanklacht gelaten: het is volgens het Nederlandse OM niet relevant voor het bewijsmateriaal tegen deze vier verdachten. De handelwijze van KLM of Malaysian Airlines of de Oekraiense luchtvaartautoriteiten zijn voor nabestaanden en het publiek misschien zeer interessante vragen over aanleiding of omstandigheden, maar dat is niet relevant voor de aanklacht tegen deze vier verdachten. Zij worden beschuldigd voor het transport en de inzet van dit wapen; niet van een ander wapen of van het doen of laten van andere Oekraiense of Russische instanties of personen, zo is de redenering van de openbare aanklagers.

