Het goederenvervoer tussen Engeland en het Europese vasteland raakt ontwricht door een staking bij de veerdiensten van het Britse P&O Ferries. De grootste Britse rederij verkeert op de rand van faillissement en heeft de bemanningen van de volledige vloot ontslagen.
P&O onderhoudt naast de belangrijkste route Calais – Dover ook de lijnverbinding IJmuiden-Newcastle, en exploiteert verder de verbinding Hull-Rotterdam. De andere twee Nederlandse diensten op Engeland worden geëxploiteerd door DFDS (IJmuiden naar Newcastle) en Stena Line (Hoek van Holland naar Harwich). Transporteirs zijn inmiddels bezig vrachtwagens om te boeken naar andere rederijen.
Samen met de Euro-treintunnel, is deze korte Kanaalroute goed voor 90 procent van het Brits-Europese vrachtverkeer. Daarnaast id P&O ook een belangrijke speler in het goederenvervoer over de Noordzee en de Ierse Zee.
Britse exporteurs zeggen bezorgd te zijn over de gevolgen. De schepen liggen nu voor de kade, en de bemanningen weigeren vooralsnog de schepen over te dragen. Inmiddels zijn er vervangende Oost-Europese bemanningen ingehuurd via een boekingskantoor op Malta. Daarvan dook de naam eerder op in de Panama Papers.
De Nederlandse ondernemersvereniging voor handel en logistiek, evofenedex, zei eerder al de gevolgen van het abrupte stoppen met de veerdiensten te vrezen.
P&O Ferries heeft bijna 4.000 werknemers en kreeg £ 33 miljoen aan noodfinanciering van de overheid om ervoor te zorgen dat vracht bleef varen tijdens de coronaviruspandemie. Het bedrijf zegt dat het door het grotendeels stilvallen van het goederen- en personenvervoer door corona de afgelopen twee jaar, nu honderden miljoenen Britse Ponden in het rood staat.
Britse vakbonden zeggen dat het ingehuurde Oost-Europese personeel aan het werk gaat voor een tiende van de reguliere salarissen, en zeggen dat P&O de miljoenen coronasteun die het kreeg zou moeten terugbetalen.

