In Denemarken worden steeds minder runderen gehouden. Volgens de vereniging van de Deense landbouw- en voedingsindustrie (L&F) waren dat er eind juni nog ruim 1,50 miljoen stuks vee. Vergeleken met vorig jaar is de kudde “slechts” afgenomen met 13.500 dieren (0,9%).
Die neerwaartse trend zet zich al tientallen jaren voort waardoor de Deense kudde vee op de laagste stand sinds 1973 staat, het jaar waarin het land toetrad tot de Europese Unie.
Volgens de laatste cijfers is het totale aantal varkens met 0,1% gestegen. De groei in de fokkudde werd echter tenietgedaan door een daling van 2% van het aantal slachtvarkens van meer dan 50 kg.
De daling bij stieren en ossen was het grootst met 4,8% tot 226.500 dieren. Het totaal aantal koeien daalde met 0,9% tot 646.700 stuks. Dit kwam vooral door de daling van het aantal zoogkoeien met 4,4% tot 82.000; de melkveestapel daarentegen werd met 2.400 dieren (0,4%) teruggebracht tot 564.700 dieren.
Voor vaarzen werd een lichte stijging van 0,7% tot 630.000 stuks geregistreerd. Dit kwam vooral door het hogere aantal jonge vaarzen tot 1 jaar oud, terwijl oudere dieren minder waren dan in het voorgaande jaar. Bij de afzonderlijk vermelde drachtige vaarzen werd een jaar-op-jaar daling van 1,9% tot 180.200 dieren opgetekend.
Volgens L&F is het slachten van runderen in Denemarken dit jaar tot nu toe al met 3,2% gestegen tot 253 560 stuks. Dit was te danken aan de forse stijging (13,5%) tot 41.530 vaarzen en de stijging van het aantal koeien met 5,3% tot 94.020 stuks. Bij stieren en ossen daarentegen daalde het aantal geslachte dieren met 1,4% tot 118 020 stuks.

