Daarmee komt een einde aan Bayrou’s korte premierschap en staat president Macron opnieuw voor de taak een nieuwe regeringsleider te zoeken. De afwijzingh van de premier wordt ook gezien als een afwijzing van de president.
Maar liefst 364 parlementsleden keerden zich tegen de motie van vertrouwen, terwijl 194 leden vóór stemden. Omdat Bayrou aan het hoofd stond van een minderheidsregering, had hij de steun van een deel van de oppositie nodig om zijn positie te redden. Die steun bleef echter volledig uit.
De inzet van de stemming waren de begrotingsplannen waarmee Bayrou het tekort van 5,4 procent wilde terugdringen naar 4,6 procent. Hij stelde bezuinigingen voor ter waarde van 44 miljard euro. Het zwaartepunt lag bij forse bezuinigingen op overheidsuitgaven, met name op de sociale zekerheid en subsidies voor hernieuwbare energie.
Naast die ingrepen bevatte het plan ook opvallende symbolische maatregelen. Zo wilde Bayrou twee officiële feestdagen opofferen: paasmaandag en 8 mei, de dag waarop Frankrijk de overwinning in de Tweede Wereldoorlog herdenkt. Deze voorstellen stuitten op brede weerstand, zowel in het parlement als in de samenleving.
Woensdag worden in Frankrijk grote protesten verwacht tegen de aangekondigde hervormingen. Onder de noemer “Bloquons tout” roepen activisten via sociale media massaal op om het land stil te leggen. Er zijn honderden acties gepland, verspreid over steden en het platteland. Dat roept herinneringen op aan de protesten van de ‘gele hesjes’ toen in Frankrijk veel onvrede werd geuit over het functioneren van de staat en de overheid.
Het ontslag van Bayrou past in een bredere politieke malaise die Frankrijk al meer dan een jaar in de greep houdt. De aanleiding was de onverwachte ontbinding van het parlement door president Macron in de zomer van 2024, na een sterke verkiezingswinst van het Rassemblement National bij de Europese verkiezingen. Macron hoopte via vervroegde verkiezingen zijn positie te versterken, maar die gok mislukte volledig.
Bij de nieuwe parlementsverkiezingen vorig jaar werden zowel het uiterst rechtse Rassemblement National van Marine Le Pen als het linkse blok de stembuswinnaars. Macron’s partij eindigde slechts als derde, waardoor hij nu gedwongen is te regeren met een minderheidsregering en een premier uit een andere partij. Dit wordt in Frankrijk aangeduid als ‘cohabitation’, een constructie die doorgaans instabiel blijkt en al meerdere keren tot een regeringscrisis leidde.
Bovendien loopt Macron’s regeerperiode in 2027 af. Een Franse rechtbank heeft juist afgelopen week beslist dat het hoger beroep tegen de veroordeling van RN-leidster Marine Le Pen vervroegd is naar begin volgend jaar. Door een eerdere veroordeling mag zij geen kandidaat zijn bij politieke verkiezingen. Maar als ze alsnog wordt vrijgesproken, of als de straf wordt gewijzigd, kan ze zich alsnog kandidaat stellen om opvolger te worden van Macron.
Met het vertrek van Bayrou staat Macron voor de benoeming van zijn zevende premier sinds hij in het Elysée zetelt. Het presidentschap wordt daarmee opnieuw getekend door politieke instabiliteit. Volgens het Elysée zal later deze week een opvolger worden bekendgemaakt. Franse media speculeren intussen dat minister van Defensie Sébastien Lecornu de belangrijkste kandidaat is om Bayrou op te volgen.

