Drie mannen en een Limburgse champignonkwekerij zijn in hoger beroep tot aanmerkelijk lagere straffen veroordeeld dan aanvankelijk door de rechtbank. De honderden gedupeerde Poolse seizoensplukkers krijgen geen nabetaling of schadevergoeding.
De directeur van de kwekerij is afgelopen week veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf in plaats van twee jaar, voor valsheid in geschrift en voor wapen- en munitiebezit. Het Gerechtshof vond dat onvoldoende was aangetoond dat er sprake was geweest van dwangarbeid of uitbuiting.
In 2012 deed de politie een inval bij de kwekerij omdat er 600 Poolse medewerkers zouden worden uitgebuit. De honderden Poolse seizoenswerkers moesten onder zeer slechte omstandigheden hun werk doen. Ook moesten ze een deel van hun loon afdragen voor huisvesting, eten en zorgverzekeringen.
Ook werden zij onder het minimumloon betaald. Het bedrijf is destijds veroordeeld tot een boete van 75.000 euro en werd niet lang na de inval failliet verklaard.
Het gerechtshof vindt bewezen dat de directeur opdracht gaf voor het plegen van valsheid in geschrifte, door in het kloksysteem voor de Poolse medewerkers afroommodules en oneerlijke afrondingen in te bouwen. Daardoor werden minder uren geregistreerd dan er werd gewerkt en gaven de salarisspecificaties niet de daadwerkelijk gewerkte uren aan.
Er was volgens de rechters weliswaar sprake van slecht werkgeverschap, maar dit betekent nog niet dat er ook er sprake was van arbeidsuitbuiting of moderne slavernij. Uit het dossier zijn onvoldoende aanwijzingen gevonden voor uitbuiting van de Poolse medewerkers of voor een stelselmatige slechte behandeling.
De kwekerij maakte gebruik van ‘sjoemelsoftware’: de eerder genoemde afroommodules bij de kloktijden die ervoor zorgden dat de Poolse medewerkers minder uitbetaald kregen. De man die deze software ontwikkelde is nu veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur.
De andere man die verantwoordelijk was voor de salarisadministratie is in hoger beroep veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur. Die straf is lager dan de 6 maanden gevangenisstraf die eerder de rechtbank oplegde, voornamelijk omdat de kwestie nu pas, na bijna tien jaar, wordt behandeld.
Het Openbaar Ministerie had een schadevergoeding geëist voor de getroffen Poolse medewerkers. Het hof wijst die vordering af, omdat de hoogte van de schade die de medewerkers geleden hebben niet eenvoudig is vast te stellen.

