Landbouwminister Henk Staghouwer heeft in de EU het voortouw genomen voor de ontwikkeling van een nieuwe milieuvriendelijke kunstmest-industrie, die bouwstoffen uit natuurlijke mest verwerkbaar maakt. Veel EU-landen reageerden instemmend en de Europese Commissie gaat nu snel kijken hoe dit mogelijk te maken.
Nederland pleit voor het verwerken van dierlijke mest tot natuurlijke bemesting, als alternatief voor het gebruik van chemicaliën of het uitrijden van natte mest. Door dierlijke ontlasting en bio-afval op industriële schaal te verwerken tot korrels of poeder voor een nieuw soort droge strooibare kunstmest, hoeft er minder chemische kunstmest worden gebruikt.
Ook zou de Europese Unie meer ‘zelfvoorzienend’ worden en minder afhankelijk van de import van dure Russische kunstmest. De productie van landbouwgewassen kan zo op peil worden gehouden, ook als kunstmest te duur of niet voorhanden is. Deze oplossing leidt niet tot meer stikstofgebruik op een perceel.
De Nederlandse bewindsman wees er in de EU-landbouwraad op dat door het ontwikkelen van een dergelijke reststroom een nieuw agrarisch verdienmodel kan ontstaan. Een beter lokaal gebruik van dierlijke mest heeft niet alleen voordelen voor het milieu, maar verbetert ook de economische voordelen voor veehouders en landbouwers die akkerbouwgewassen produceren.
“We hebben vandaag een enorme stap gezet. Al jaren doen we onderzoek en proefprojecten en nu lijkt het er van te gaan komen. Alle EU-landen hebben gemerkt dat we voor onze kunstmest minder afhankelijk moeten worden” zei Staghouwer na afloop van de ministersvergadering tegen Nederlandse verslaggevers in Brussel.
De Russische oorlog in Oekraïne heeft volgens Staghouwer duidelijk gemaakt dat de Europese landbouw sterk afhankelijk is van import van aardgas, kritische grondstoffen en kunstmest, met name uit Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne.
Maar met de steeds duurder wordende buitenlandse kunstmest wordt het qua kostprijs steeds interessanter om zelf innovatieve investeringen te gaan doen. Het Nederlandse pleidooi sluit bovendien aan bij de van-boer-tot-bordstrategie (minder chemicaliën en kunstmest) om de duurzame ontwikkeling van de landbouwsector verder te versterken.
Investeringen in dit soort nieuwe industriële bedrijfstakken zijn groot en hebben een return on investment van doorgaans 10 jaar of langer. Om de sector aan te moedigen om te gaan investeren, moet de afwijking-van-de-huidige-regels lang genoeg zijn om producenten in staat stellen hun investering terug te verdienen, zo bepleitte Staghouwer.
Nederland heeft het idee van een nieuwe industrie voor ‘natuurlijke kunstmest’ ook al eind vorig jaar in de Landbouwraad aan de orde gesteld, met als argument dat Europese regels hergebruik van teruggewonnen grondstoffen stimuleert. Hiervoor is wel een afwijking van de Nitraatrichtlijn nodig.
Daarover wordt doorgaans in het Nitraatcomité in Brussel erg moeilijk over gedaan, maar Nederland en een groeiend aantal andere EU-lidstaten vindt kennelijk dat er nu sprake is van ‘gewijzigde omstandigheden’. Staghouwer vindt dat de Europese Commissie dat op middellange termijn ( 5 – 8 jaar) mogelijk moet maken.
Gezien de urgentie en de behoefte aan een kortetermijnoplossing vraagt Nederland daarom van de EU toestemming om nu al af te mogen wijken van sommige regels, waarbij de nieuwe meststoffen van teruggewonnen nutriënten wel blijven voldoen aan de al bestaande Europese minimumcriteria, de zogenaamde ReNure-criteria in nitraatgevoelige zones.

