Het Nederlandse kabinet heeft eerder deze maand Jaime de Bourbon de Parme benoemd tot Nederlandse klimaatgezant. Hij gaat zich namens Nederland wereldwijd inspannen voor het maken van afspraken over klimaatactie.
Jaime Bernardo prins de Bourbon de Parme is de tweede zoon van de Nederlandse prinses Irene en prins Carel Hugo van Bourbon-Parma. Van 2014 tot 2018 was hij de Nederlandse ambassadeur bij het Vaticaan.
Dat de klimaatverandering zich in een sneller tempo voortzet dat tot nu toe werd gedacht, is een van de belangrijkste conclusies van het VN-klimaatpanel IPCC. De mens veroorzaakt die snelle opwarming van de aarde. Alleen als we de uitstoot van broeikasgassen weten terug te dringen, is het mogelijk om de opwarming af remmen.
‘Je kunt zeggen dat mijn start als klimaatgezant niet op en belangrijker moment had kunnen beginnen. Naast het IPCC-rapport hebben we dit najaar ook nog de internationale klimaattop COP26 in Glasgow. Dit is de belangrijkste klimaattop sinds Parijs in 2015’, aldus de klimaatdiplomaat.
‘Het besef dat we aan de slag moeten met het klimaat groeit natuurlijk al een tijdje. Niet voor niets heeft de EU een ambitieuze Green Deal aangekondigd, en doen de Verenigde Staten onder president Biden weer volop mee aan internationale klimaatafspraken. Ook grote uitstoters in Azië zoals Japan, Zuid-Korea en China maken klimaat tot prioriteit. We moeten allemaal meer de daad bij het woord voegen.’
Nederland is volgens hem bezig met een groene omslag. Dat gaat niet zonder uitdagingen. Zo moeten we nog een flinke inhaalslag maken met hernieuwbare energie. Tegelijkertijd is het ‘poldermodel’ van ons Klimaatakkoord heeft een internationale voorbeeldfunctie.
De Bourbon de Parme wijst erop dat Nederland sinds het vertrek van de Britten uit de EU de vijfde economie van Europa is. Europa is de derde grootste uitstoter van emissies ter wereld. Dus wat wij in EU-verband doen, heeft wel degelijk impact, zo vindt hij.
‘We hebben een hoop in te halen. Wat dat betreft heeft iedereen zijn rol. Wereldleiders, overheden, de private sector, banken, maatschappelijke organisaties. We zitten hier met zijn allen in en kunnen allemaal iets betekenen.’

