Agrarische organisaties in Noorwegen tonen zich ongerust over een vrijhandelsverdrag dat Oslo met het Verenigd Koninkrijk wil sluiten. Vooral het feit dat de Britten na hun vertrek uit de Europese Unie nu minder criteria voor voedselkwaliteit hanteren, baart voor de Noorse zuivelindustrie zorgen.
De onderhandelingen tussen Londen en Oslo bevinden zich in een laatste fase. Noorwegen is geen lid van de Europese Unie, maar werkt wel op heel veel terreinen samen met de EU, vooral internationale (verdrags-)kwesties. Wel heeft Noorwegen een eigen import- en exportverdrag met de EU waar tot vorig jaar ook de Britten onder vielen.
De Britten hanteren nu in hun melk- en kaasproductie andere kwaliteitseisen, en kunnen daardoor (iets) goedkoper produceren, waardoor de Noorse zuivelomzet in eigen landonder druk kan komen. De vrijhandelsovereenkomst zal onze Noorse mate van zelfvoorziening aantasten en de inkomens in de Noorse landbouw verzwakken, zo zegt de Noorse zuivelindustrie.
Bovendien is het verdrag in strijd met de toezeggingen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de VN, zo wordt gezegd. Met dat laatste verwijst de Noorse landbouw naar de kritiek in de EU op het Mercosur-verdrag waarin geen rekening zou zijn gehouden met de milieu-aantastingen in het Braziliaanse oerwoud.
Het handelsakkoord wordt achter gesloten deuren afgewikkeld. De VN-verklaring voor de landbouw (UNDROP, artikel 13), stelt dat degenen die door een handelsovereenkomst worden getroffen, het recht hebben om te worden gehoord. Desondanks heeft de agrarische sector niet de mogelijkheid gekregen.
De internationale commissie in de Norwegian Farmers ‘and Smallholders’ Association (NBS) is daarom van mening dat de import van zelf geproduceerd voedsel uit het VK niet wenselijk is en moet worden uitgesloten van het Noorse Brexit-akkoord.De NBS vindt dat het Verenigd Koninkrijk geen verhoogde importquota voor vlees en kaas zal krijgen.

