De Europese Unie moet alle financiële krachten inzetten voor medisch, sociaal en economisch herstel van de coronacrisis. Niet alleen uit solidariteit met zwaar getroffen buurlanden maar ook omdat we het verschuldigd zijn aan de volgende generatie”, aldus de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen.
De Europese Commissie presenteerde plannen voor een aangepaste meerjarenbegroting, nadat eerder Frankrijk en Duitsland samen, en een groep van ’vrekkige vier’ botsende eigen plannen hadden ingediend. Het nu door de Europese Commissie gepresenteerde voorstel omvat niet alleen op heikele punten enkele compromissen, maar biedt ook enkele ‘nieuwe oplossingen’. Die laatste nieuwigheden vormen overigens nieuwe hobbels waarover de 27 EU-landen het nog lang niet eens zijn.
De door Von der Leyen voorgestelde meerjarenbegroting 2021 – 2027 gaat jaarlijks 1,85 biljoen euro (1850 miljard) kosten. Daarvan wordt voor een corona-herstelplan 750 miljard euro geleend op de financiële markten, waarvan 500 miljard voor schenkingen aan landen en 250 miljard voor leningen aan bedrijven. Dat betekent dus dat de EU het fonds gaat beheren, dat er aanvragen en concrete plannen voor moeten worden ingediend, en dat alle ministers van Financiën de uitgiften in de gaten kunnen houden.
Aan de inkomstenkant probeert de Europese Commissie twee vliegen in één klap te slaan. Er bestaan in veel EU-landen bezwaren tegen een ‘transferunie’ waarbij de sterke en rijke EU-landen moeten meebetalen aan de leningen en tekorten van zwakke EU-landen. Ook zijn er bezwaren tegen het verhogen van de jaarlijkse bijdrage aan de EU.
De Europese Commissie stelt nu invoering van Europese belastingen voor, bijvoorbeeld op plastic wegwerpflesjes, internetwinsten, omzetbelasting voor multinationals en een milieubelasting op smerige invoerproducten. Zulke ‘nieuwe inkomsten’ zijn een langgekoesterde EU-wens maar werd tot nu toe altijd geblokkeerd door de ministers en regeringsleiders. Zij verhinderen tot nu toe dat de EU zélf (belasting-)geld incasseert; zij willen de EU-financiering langs (hun zeggenschap van) de 27 EU-landen laten lopen.
Als EU-landen zich blijven verzetten tegen eigen EU-inkomsten, dan moeten ze na 2025 de uiteindelijke rekening van het coronafonds zelf betalen, en moeten ze niet klagen over verhoging van hun jaarlijkse bijdrage, zo is ongeveer de redenering. Het huidige voorstel bevat overigens tal van compromissen waar sommige tegenstanders vóór zijn, en andere voorstanders juist tégen.
Ook zijn in de meerjarenaanpak onderdelen van nieuw beleid opgenomen, zoals van Klimaatbeleid en de Green Deal. Daardoor wordt er binnen begrotingen ook veel ‘geschoven’ (er worden oude subsidies geschrapt om met dat geld iets nieuws te gaan doen).
Zo zijn aan de begroting voor Landbouw enkele tientallen miljarden toegevoegd, onder andere voor méér bosaanleg, méér biodiversiteit, meer plattelandsontwikkeling en het nieuwe van-boer-tot-bord voedselzekerheid. Daar tegenover worden er zo’n tien procent bezuinigd op de welbekende landbouwsubsidies die deels worden verschoven van grote agrarische bedrijven naar kleine boerenfamilie-bedrijven.
Verder gaat de verplichte contributie van de 27 EU-landen aan Brussel omhoog. Maar de jaarlijkse korting die de nettobetalers Nederland, Oostenrijk, Zweden, Denemarken en Duitsland krijgen op hun afdracht kan voorlopig behouden blijven. Een lokkertje voor de mopperaars, zo werd in de wandelgangen opgemerkt. In het geval van Nederland bedraagt de jaarlijkse korting ongeveer 1 miljard euro.
EU-president Charles Michel wil „alles op alles” zetten om binnen enkele maanden een akkoord te bereiken over het Europese herstelplan. Hij wil de kwestie over drie weken op een ingelaste top met de 27 regeringsleiders bespreken. Het is in verband met het coronavirus nog onzeker of de regeringsleiders zelf afreizen naar Brussel voor een echte vergadering. Persoonlijk contact is volgens diplomaten onontbeerlijk bij gevoelige onderhandelingen.
De Nederlandse premier Mark Rutte verwacht dat het nog wel een tijdje zal duren voordat er een beslissing valt over het EU-herstelfonds. We zullen komende tijd de discussie gaan voeren in Europa, dat zal echt een tijd duren. Op de EU-top in juni wordt geen besluit genomen, verwacht Rutte. In dat geval kan pas een besluit worden genomen in juli, onder voorzitterschap van Duitsland.
Rutte wilde inhoudelijk nog niet reageren op het gepresenteerde pakket. Uit vrijwel alle andere EU-hoofdsteden kwamen wel begripvolle, niet-afwijzende en instemmende reacties. Rutte maakte duidelijk dat hij wil vasthouden aan de „uitgangspunten” die Nederland samen met Denemarken, Zweden en Oostenrijk op papier heeft gezet.
Maar het ziet er naar uit dat Oostenrijk al instemt met ‘deels giften, deels leningen’. En diplomaten in Brussel verwachten dat Denemarken en Zweden, die beiden nog hun eigen munt hebben en niet in de euro-muntunie zitten, niet onnodig in de EU opnieuw in een uitzonderingspositie willen zitten. In dat geval dreigt Nederland de enige te worden die nog tégen is…

